1 resultaten gefilterd uit:

ervaring leermiddel
blauwe planeet
Terug naar de zoekresultaten

leermiddelen vergelijken

Selecteer minstens twee leermiddelen via 'voeg toe aan vergelijking'

Nu vergelijken
Voorbeeldpagina les 1

Blauwe planeet, De, aardrijkskunde voor het basisonderwijs

Bakker, Anton; Brouwer, Matthijs; Baltus, Roger; [et al.]

ThiemeMeulenhoff Basisonderwijs

2006-2008

Overzicht

Type

methode

Doelgroep(en)

BAO 3-8
SBO

Vak(ken)

aardrijkskunde

Links

Methodesite
Recensie Onderwijsblad
Leermiddelenkrant Burgerschap

Documenten:

Recensie PleinPrimair, juni 2007

Uitgever / Besteladres

ThiemeMeulenhoff Basisonderwijs
Postbus 225
3740 AC BAARN
http://www.thiememeulenhoff.nl
po@thiememeulenhoff.nl
088 - 8002017



Samenvatting

De methode kent een doorgaande lijn van groep 3 tot en met 8 en is concentrisch opgebouwd rond de thema's: aarde, stad, platteland en verbindingen. In groep 3 tot en met 5 komt de directe omgeving van de kinderen aan bod. In groep 6 worden de thema's bekeken vanuit heel Nederland, in groep 7 vanuit Europa en in groep 8 vanuit de wereld. De methode besteedt aandacht aan het verwerven van de vaardigheden waarnemen, herkennen, verklaren en waarderen. De methode heeft een thematische leerlijn voor kaartvaardigheid en topografie. Elke tweede themales is daaraan gewijd. Topografie kan ook via een cursorische leerlijn worden aangeboden door een speciale serie kopieerbladen waarmee de basistopgrafielijst geoefend kan worden. Het onderwerp 'zorg voor natuur en milieu' komt aan bod bij de opdracht 'Mijn Planeet'. Voor herhaling van de leerstof is de 'kwismeester' ontwikkeld. Daarmee wordt in tweetallen de behandelde leerstof en de topografie geoefend. Leerkrachtgebonden lessen en zelfstandig werken-lessen wisselen elkaar af. In groep 3 bestaat het programma uit 8 hoofdstukken die in 16 lessen van 45 minuten worden behandeld. In groep 4 worden de 8 hoofdstukken in elk 3 lessen van 45 minuten aangeboden (totaal 24 lessen). In groep 5 tot en met 8 worden telkens 8 hoofdstukken behandeld, die elk uit 4 lessen van 50 minuten bestaan (totaal 32 lessen). De software is een geïntegreerd onderdeel van de methode. De cd-roms bevat animaties, bewegende beelden, fotomateriaal, aanvullende opdrachten en (topografie)oefeningen. Ook de methodedesite biedt aanvullende informatie en extra opdrachten. De prijs van de software (cd-rom) heeft betrekking op een licentie tot 299 leerlingen (200-299). Prijzen van andere licenties zijn bij de uitgever op te vragen.

Bekijken

Voorbeeldpagina les 1De Blauwe Planeet

Onderdelen

TitelDoelgroepenJaar uitgifteDruk / VersieHerz.PrijsISBN
jaargroep 3
Werkschrift 3 (per 5 ex.) BAO 3 SBO2006117,00978-90-06-64120-2
Handleiding 3BAO 3 SBO2006162,70978-90-06-64230-8
Vertelplatenboek 3BAO 3 SBO2006181,20978-90-06-64154-7
jaargroep 4
Leerlingenboek 4BAO 4 SBO2006123,30978-90-06-64111-0
Werkschrift 4 (per 5 ex.) BAO 4 SBO2006117,00978-90-06-64121-9
Handleiding 4BAO 4 SBO2006162,70978-90-06-64231-5
jaargroep 5
Leerboek 5BAO 5 SBO2006127,80978-90-06-64246-9
Werkboek 5 (per 5 ex.) BAO 5 SBO2006119,30978-90-06-64256-8
Antwoordenboekje 5BAO 5 SBO200619,30978-90-06-64250-6
Cd-rom 5BAO 5 SBO20061355,00978-90-06-64267-4
Toetsboekje 5 (per 5 ex.) BAO 5 SBO2006113,30978-90-06-64260-5
Handleiding 5BAO 5 SBO2006160,90978-90-06-64103-5
Groepsmap 5BAO 5 SBO2006174,80978-90-06-64107-3
jaargroep 6
Leerboek 6BAO 6 SBO2006127,80978-90-06-64247-6
Werkboek 6 (per 5 ex.) BAO 6 SBO2006119,30978-90-06-64257-5
Antwoordenboekje 6BAO 6 SBO200619,30978-90-06-64251-3
Kwismeester 6BAO 6 SBO2006120,60978-90-06-64241-4
Cd-rom 6BAO 6 SBO20061475,60978-90-06-64273-5
Toetsboekje 6 (per 5 ex.) BAO 6 SBO2006113,30978-90-06-64261-2
Handleiding 6BAO 6 SBO2006162,70978-90-06-64233-9
Groepsmap 6BAO 6 SBO2006177,00978-90-06-64237-7
jaargroep 7
Leerboek 7BAO 7 SBO2007127,80978-90-06-64248-3
Werkboek 7 (per 5 ex.) BAO 7 SBO2007119,30978-90-06-64258-2
Antwoordenboekje 7BAO 7 SBO200719,30978-90-06-64252-0
Kwismeester 7BAO 7 SBO2007120,60978-90-06-64242-1
Cd-rom 7BAO 7 SBO20071475,60978-90-06-64279-7
Toetsboekje 7 (per 5 ex.) BAO 7 SBO2007113,30978-90-06-64262-9
Handleiding 7BAO 7 SBO2007162,70978-90-06-64234-6
Groepsmap 7BAO 7 SBO2007177,00978-90-06-64238-4
jaargroep 8
Leerboek 8BAO 8 SBO2007127,80978-90-06-64249-0
Werkboek 8 (per 5 ex.) BAO 8 SBO2007119,30978-90-06-64259-9
Antwoordenboekje 8BAO 8 SBO200719,30978-90-06-64253-7
Kwismeester 8BAO 8 SBO2007120,60978-90-06-64243-8
Cd-rom 8BAO 8 SBO20071475,60978-90-06-64285-8
Toetsboekje 8 (per 5 ex.) BAO 8 SBO2007113,30978-90-06-64263-6
Handleiding 8BAO 8 SBO2007162,70978-90-06-64235-3
Groepsmap 8BAO 8 SBO2007177,00978-90-06-64239-1
Software voor digitaal schoolbordBAO 3-8 SBO2008406,90978-90-06-64288-9
Beschrijving

Hieronder vindt u een objectieve beschrijving van dit leermiddel, gemaakt door leerplanontwikkelaars van SLO.

Meer weten? Kijk op: http://www.slo.nl/organisatie/kenniscentrum/leermiddelenplein/beschrijven/



Beschrijving: Blauwe planeet, De, aardrijkskunde voor het basisonderwijs

Terug naar boven ↑



Samenvatting

Terug naar boven ↑

De blauwe planeet is een aardrijkskundemethode voor het primair onderwijs met materiaal voor groep 3 tot en met 8. Volgens de uitgever is de methode ook geschikt voor gebruik in het speciaal basisonderwijs.
Het materiaal bestaat uit leerlingenboeken, werkschriften, antwoordenboeken, toetsboeken, kwismeesters, leerlingensite en cd-rom voor de leerlingen en handleiding vertelplaten, groepsmap en materiaal voor een digibord voor de leerkracht.
De methode gaat uit van vier hoofdthema's: De aarde, De wereld als woonplaats, De wereld als bron van leven en Verbindingen. Deze vier hoofdthema's komen ieder jaar terug en worden verdiept en verbreed. Per leerjaar komen de hoofdthema's twee keer aan bod. De topografie van Nederland, Europa en de Wereld wordt conform de meest recente Citolijsten (2008) behandeld. Daarnaast worden kaartvaardigheden aangeleerd en geoefend. De geografische vierslag, waarnemen en beschrijven, herkennen, verklaren en waarderen komt systematisch terug in alle hoofdstukken.
Voor snelle leerlingen zijn er aanvullende opdrachten in het werkschrift, verrijkingsopdrachten in de groepsmap en extra opdrachten op de leerlingensite. Voor taalzwakke leerlingen zijn er woordenschat(kopieer)bladen in de groepsmap. De cd-rom biedt opdrachten en een uitgebreide uitleg van behandelde begrippen. Leerkrachtgebonden lessen en zelfstandig werken lessen wisselen elkaar steeds af. Voor ieder leerjaar zijn er 8 hoofdstukken.
In groep 3 en 4 zijn er respectievelijk 3 en 4 lessen van 30 minuten per hoofdstuk met aandacht voor het thema, verwerking en extra activiteiten. In groep vier wordt begonnen met kaartvaardigheden.
In groep vijf tot en met acht heeft ieder hoofdstuk vier lessen van 50 minuten.
De lessen kennen een vaste opbouw met aandacht voor achtereenvolgens het thema, kaartvaardigheid en topografie, verwerking en samenvatting en toets. In het werkschrift wordt een vaste indeling van vraagtypes en vraagniveau gebruikt. De leerlingensite is vrij toegankelijk.



Samenstelling

Terug naar boven ↑

Voor groep 3 is er een werkschrift voor de leerling, een handleiding en een vertelplatenboek voor de leerkracht.
Voor groep 4 is er een leerlingenboek en een werkschrift voor de leerling en een handleiding voor de leerkracht.
Voor groep 5 is er voor de leerling een leerlingenboek en een werkschrift, een cd-rom, een toetsboek en een antwoordenboek. Voor de leerkracht van groep 5 is er een handleiding en een groepsmap met kopieerbladen.
Voor jaargroep 6, 7 en 8 komt daar voor de leerlingen een kwismeester bij. Het materiaal voor het digibord is voor alle groepen beschikbaar. Er is een methodesite www.deblauweplaneet.nl



Vormgeving

Terug naar boven ↑

De leerlingenboeken hebben een harde kaft. Door middel van een kleurenbalk bovenaan elke pagina wordt het hoofdstuk aangeduid. Ieder hoofdstuk heeft een eigen kleur. De introductieparagraaf van de hoofdstukken heeft de steunkleur van het hoofdstuk. De vorm van de balk geeft ook aan over welk hoofdstukonderdeel de pagina gaat. Er is een opmaak in twee kolommen gebruikt. Het lettertype wordt kleiner per jaargroep. Onderaan de rechterpagina wordt verwezen naar de bijbehorende pagina's in het werkschrift. Er wordt gebruik gemaakt van tekeningen, grafieken en infografics, kaarten en foto's. De verhouding tekst/beeld groeit mee met de jaargroepen, van meer beeld in groep 4 naar meer tekst in groep 8.



Didactische uitgangspunten en doelstellingen

Terug naar boven ↑

De geografische vierslag, waarnemen en beschrijven, herkennen, verklaren en waarderen komt systematisch terug in alle hoofdstukken.
Elk hoofdstuk begint met de introductie van een de hoofdthema's aan de hand van een contrast. De topografie en kaartvaardigheden worden in les 2 geoefend met de gebieden die bij het contrast horen. In les drie volgt verdieping en het systematiseren aan de hand van begrippen. In les vier wordt de theorie samengevat en getoetst.
De methode heeft een thematische leerlijn voor kaartvaardigheid en topografie. Topografie kan ook via een cursorische leerlijn worden aangeboden door een speciale serie kopieerbladen waarmee de basistopografielijst geoefend kan worden. De teksten in het leerlingenboek houden rekening met AVI-niveau en CLIB-normen.
Er is aandacht voor taalontwikkeling: begripsleren (vaktaal en lastige woorden) luisteren en lezen en spreken en luisteren bij samenwerkend leren.
De blauwe planeet biedt verschillende aanknopingspunten voor het aan de orde stellen van burgerschapsvorming, vooral ten aanzien van het domein participatie en identiteit. Er is aandacht voor natuur en milieu bij de opdracht 'Mijn Planeet'.
Per les zijn lesdoelen geformuleerd in termen van 'weten', 'kunnen' en 'realiseren zich dat'.



Leerstofinhoud

Terug naar boven ↑

De blauwe planeet gaat uit van vier hoofdthema's: De aarde, De wereld als woonplaats, De wereld als bron van leven en Verbindingen.
Daarnaast worden kaartvaardigheden aangeleerd en geoefend. Besef van inrichting van de ruimte zijaanzicht en bovenaanzicht en schematische weergave van de ruimte, beginselen van de plattegrond en beeldvorming van dichtbij en veraf. Vergelijken en interpreteren van getekende beelden en schematische weergave worden aangeleerd en de globe wordt geïntroduceerd.
De topografie van Nederland, Europa en de Wereld is conform de meest recente Citolijsten (2008).



Leerstofordening

Terug naar boven ↑

De vier hoofdthema's komen ieder jaar terug. In groep drie concreet en dichtbij per leerjaar meer abstract en verder af.
In groep drie worden de thema's behandeld in de zichtbare omgeving.
In groep vier worden de thema's in de leefomgeving geplaatst.
In groep vijf komen de thema's terug in de eigen omgeving.
In groep zes worden de thema's behandeld in de context van Nederland, in groep zeven is dit Europa en in groep acht de wereld.
Per leerjaar komen de hoofdthema's twee keer aan bod. In de eerste vier hoofdstukken wordt het thema in de context beschreven, in de hoofdstukken vijf tot en met acht worden ontwikkelingen die verband houden met het thema in de context beschreven.



Planning/tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Voor ieder leerjaar zijn er acht hoofdstukken.
In groep 3 bestaat een hoofdstuk uit 3 lessen van 30 minuten. Per jaar 24 lessen van 30 minuten.
In groep 4 bestaat een hoofdstuk uit 4 lessen van 30 minuten. Per jaar 32 lessen van 30 minuten.
In groep 5 t/m 8 bestaat een hoofdstuk uit 4 lessen van 50 minuten. Per jaar 32 lessen van 50 minuten.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

Ieder hoofdstuk heeft eenzelfde opbouw. In leerjaar 3 bestaat een hoofdstuk uit 3 lessen met introductie, verwerking en een keuzeopdracht.
In leerjaar 4 komt er een les per hoofdstuk bij dat besteed wordt aan kaartvaardigheid.
In groep 5 tot en met 8 bestaan de hoofdstukken uit vier lessen: een introductieles, een topografie-/ kaartvaardigheidles, een verdieping-/systematiseringles en een les voor samenvatting en toetsing. In het werkschrift wordt een vaste indeling van vraagtypes en vraagniveau gebruikt, gekoppeld aan de geografische vierslag. Iedere paragraaf eindigt met een samenwerkingsopdracht.
Per hoofdstuk worden maximaal 15 begrippen behandeld die samengevat en getoetst worden.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Leerkrachtgebonden lessen en zelfstandig werken lessen wisselen elkaar steeds af. Hierdoor kan de methode gebruikt worden in combinatiegroepen.
In het tekstboek wordt verwezen naar de bijbehorende pagina in het werkschrift, de Kwismeester of de cd-rom. Op de leerlingensite staan extra verdiepende opdrachten die leerlingen zelfstandig kunnen uitvoeren.
Vanaf groep 6 oefenen de leerlingen aan het eind van iedere les de leerstof en de topografie met kwisvragen van de Kwismeester. Eén leerling stelt de vragen, de ander geeft de antwoorden. Leerlingen kunnen de opdrachten in het werkschrift zelf nakijken met behulp van het antwoordenboek.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Voor snelle leerlingen zijn er aanvullende opdrachten in het werkschrift, verrijkingsopdrachten in de groepsmap en extra opdrachten op de leerlingensite www.deblauweplaneet.nl.
Voor taalzwakke leerlingen zijn er woordenschat(kopieer)bladen in de groepsmap. De cd-rom biedt opdrachten en een uitgebreide uitleg van behandelde begrippen. In de groepsmap zitten kopieerbladen met een samenvatting van de leerstof uit het vorige en het betreffende schooljaar om te oefenen voor de toets.



Evaluatie/toetsing

Terug naar boven ↑

Ieder hoofdstuk sluit af met een toetsles. De toetsles bestaat uit het bespreken van de samenvatting en het doornemen van de begrippen en de topografie. Vervolgens maken de leerlingen de toets. De toets kent een gedeelte voor alle leerlingen en een deel verrijkende verdiepende vragen. Er zijn ook oefentoetsen op de cd-rom beschikbaar.
Er is een aparte toets voor de topografie, in de groepsmap als kopieerblad en op de cd-rom.



ICT

Terug naar boven ↑

Dit leermiddel biedt ICT als geïntegreerd onderdeel. De ICT bestaat uit een cd-rom, een leerlingensite en materiaal voor een digibord.

De cd-rom heeft:
• een openingsanimatie in tekst, beeld en geluid
• luisteren en meelezen met alle teksten van het leerlingenboek (behalve de topografieles)
• alle begrippen met een omschrijving en (deels geanimeerd) beeldmateriaal
• interactief oefenen van de opdrachten uit het werkschrift met feedback
• een oefentoets als voorbereiding op de algemene toets
• een oefentoets als voorbereiding op de topotoets
• een topotoets
• Topo Plus: interactief oefenen met topografie, kaartvaardigheid en visueel kaartbeeld.

Daarnaast kunnen de leerlingen de lesstof in tekst, beeld en geluid via de cd-rom nog een keer doornemen.
De internetopdrachten zijn vrij toegankelijk op het leerlingendeel van de site en sluiten inhoudelijk aan bij de onderwerpen die dat jaar behandeld worden. De leerlingen kunnen in tweetallen werken. De opdrachten zijn geschikt als verdieping en kunnen ingezet worden als verrijkingsmateriaal na de toets. Er zijn opdrachten gemaakt bij bestaande websites van organisaties. Scores worden niet bijgehouden.
Voor de leerkracht is er software voor het digibord. De leerlingenboeken, werkschriften en toetsen zijn digitaal beschikbaar en aangevuld met animaties van de begrippen, vergrotingen, links en de antwoorden.
Op de website van KlasseTV zijn korte, educatieve filmpjes bij de lessen van De blauwe planeet te vinden.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

De blauwe planeet is hetzelfde opgebouwd als Speurtocht en NatuNiek, de geschiedenis- en de natuur- en techniekmethode van dezelfde uitgever. Alle drie methodes hebben aandacht voor taalbeleid.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor beschrijving geraadpleegde materialen

Leerlingenboeken groep 4, 6 en 8. Kwismeesters groep 6 en 8. Werkschriften groep 4, 6en 8. Toetsboekjes groep 6 en 8. Handleidingen groep 4, 6, en 8. Groepsmappen groep 6 en 8. Leerlingensite.

Naam/functie van de beschrijver

Leonne Leurink, leerplanontwikkelaar SLO

Datum afronding beschrijving

14-12-2009

Ervaring

Hieronder vindt u één of meerdere ervaringen met dit leermiddel, beschreven door leraren. De ervaringen worden door SLO verzameld.

Meer weten of zelf een ervaring over dit leermiddel schrijven? Kijk op: http://www.slo.nl/organisatie/kenniscentrum/leermiddelenplein/ervaringen/



Ervaring: De Blauwe planeet (1)

Terug naar boven ↑



Samenvatting

Terug naar boven ↑

Ik heb De Blauwe Planeet leren kennen als een methode die compleet, compact en gebruiksvriendelijk is. Je kunt er snel en doelgericht mee aan de slag, binnen de tijd die er doorgaans voor staat. Lesdoelen worden expliciet geformuleerd aan zowel de leerkracht als de leerling. De leerstof wordt helder en overzichtelijk gepresenteerd, door middel van een centrale vraag per les, die kinderen nieuwsgierig maakt. Alle thema’s komen meerdere keren terug. De kleurrijke en aantrekkelijke vormgeving maakt dat kinderen zin krijgen in het vak. De juiste combinatie van beeldmateriaal en goede compacte teksten zorgt ervoor dat vrijwel iedereen het lesdoel haalt, op een manier die de betrokkenheid van kinderen bevordert.

Het kost de kinderen relatief weinig moeite tijdens de verwerking, de lesstof onder de knie te krijgen. Dit blijkt ook uit de toetsing. Kinderen die desondanks moeite hebben, kunnen extra ondersteuning krijgen in de vorm van herhalingsbladen. Differentiëren met deze methode vraagt niet veel extra inspanning van de leerkracht. De uitgebreide ICT-mogelijkheden geven naast zelfstandige oefenmogelijkheden, vooral ook steun aan taalzwakke leerlingen. Leerlingen krijgen daardoor snel feedback op datgene wat ze gemaakt of ingeoefend hebben. Herhalingsmogelijkheden liggen voor het oprapen, dankzij extra kopieerbladen of extra inoefening van bijvoorbeeld topografie of lastige begrippen op de computer. De website biedt genoeg uitdaging voor snelle leerlingen, die moeilijkere opdrachten aankunnen. Op deze manier is er voor elk wat wils.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Ik werk ruim veertien jaar in het basisonderwijs. Het grootste deel daarvan heb ik in de bovenbouw lesgegeven. Op mijn huidige school werk ik nu vier jaar in groep 8. Onze school is een moderne, katholieke school. Het schoolgebouw is twee jaar oud en staat in een nieuwe wijk in de buurt van Roermond. Van onze leerlingen stroomt gemiddeld de helft uit naar de Havo of een hogere vorm van voortgezet onderwijs. De ouders van onze kinderen zijn gemiddeld tot hoog opgeleid en er zitten geen tot weinig allochtone kinderen bij ons op school. Omdat het gebouw vrij nieuw is hebben alle klaslokalen een digibord (Activboard). Daarnaast heb ik samen met mijn parallelcollega continue de beschikking over tien computers. 

Speerpunten in onze manier van lesgeven zijn Zelfstandig Werken en het DI-model (Directe Instructie). De Blauwe Planeet werd drie jaar geleden na een uitgebreide selectieprocedure gekozen als opvolger van Geobas. Vooral de compacte en heldere opzet, de makkelijk te doorgronden structuur en de uitgebreide ICT-mogelijkheden gaven de doorslag bij onze keuze voor deze methode. Daarnaast vonden we de methode erg kindgericht, doordat in elke les een vraag centraal staat. Het heeft mij relatief weinig tijd gekost om aan de methode te wennen. In de zomervakantie heb ik de methode globaal doorgenomen. Ik kon in er de klas zonder veel moeite, snel mee uit de voeten. Ook de kinderen waren vlug gewend aan de opzet van De Blauwe Planeet. De cd-rom biedt tal van mogelijkheden die de kinderen en ik nog steeds intensief gebruiken.

Ik heb de methode klassikaal gebruikt voor het vak Aardrijkskunde (inclusief het onderdeel topografie). De tijd die ervoor op het rooster stond (1 uur per week) was voor mij voldoende om de basis aan te bieden. Tijdens Zelfstandig Werken hebben veel kinderen extra tijd besteed aan herhaling en/of verdieping. Ik heb alle basismaterialen gebruikt (handleiding, leerlingenboek, werkschrift, toetsschrift en de kopieerbladen (toetsbladen/herhaling/verdieping). De kinderen hebben de Kwismeester gebruikt om de leerstof bij elkaar te overhoren. De programma’s op de cd-rom zijn door alle kinderen zeer intensief gebruikt, vanwege zijn uitgebreide en veelzijdige mogelijkheden.

Het eerste jaar heb ik de methode ‘slaafs’ gevolgd. In het jaar daarna heb ik zelf een aantal aanpassingen gedaan, bijvoorbeeld met betrekking tot de toetsing. Nu is het zo dat ik de methode grotendeels volg. Ik heb nooit de behoefte gehad om onderdelen over te slaan, aangezien ik hem zelf vrij compleet acht en toch haalbaar binnen de tijd die ervoor staat.

Veel onderdelen van de cd-rom heb ik bij mijn klassikale instructie op het Activ-board gebruikt.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

In de handleiding wordt uitgelegd hoe de hoofdthema’s meerdere keren terugkomen in het jaarprogramma. De vier thema’s (De Aarde, De wereld als woonplaats, De wereld als bron van leven en Verbindingen) komen in één schooljaar twee keer aan bod. Die structuur is ook te zien als je het leerlingenboek doorbladert.

In de handleiding staat een beknopt overzicht van de leerstof per schooljaar. Dit geeft overzicht, hoewel de onderlinge samenhang voor nieuwe gebruikers daarmee niet meteen zichtbaar is. In elk hoofdstuk wordt gerefereerd aan welk kerndoel wordt gewerkt. Handig als je de methode wil aanvullen met eigen materiaal.

Elk hoofdstuk start met een inleiding op de komende lessen. Doordat in elke les een vraag centraal staat, worden kinderen nieuwsgierig gemaakt. De vragen zijn helder en simpel. Het antwoord geeft vervolgens voldoende verdieping. De leesteksten bij de vraag zorgen voor een goede verheldering, waardoor kinderen beter gericht worden.

De beschrijvingen van de lesdoelen zijn ontzettend handig. In enkele korte zinnen vind je hier precies wat de les moet opleveren. Een uitstekend hulpje bij de voorbereiding. Bij de nabespreking heb ik ze altijd als controlemiddel bij de hand. Voor de kinderen wordt dat zichtbaar gemaakt in het leerlingenboek. Bij elke les wordt vermeld wat de kinderen gaan leren. In de praktijk werkt dat heel goed. Kinderen weten precies waar ze aan toe zijn. De moeilijke begrippen worden apart vermeld en heel expliciet aangeleerd door middel van de software.

Topografie wordt geïntegreerd aangeboden en komt telkens in de tweede les aan bod. Het is een stramien dat de kinderen en ik al na enkele hoofdstukken doorhadden. De overzichtelijke aanpak heeft als nadeel dat de methode door de kinderen na verloop van tijd niet als erg gevarieerd wordt ervaren, hoewel ik merk dat het leerstofaanbod dat wel is. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om leerstofonderdelen uit andere bronnen toe te voegen.

Mijn kinderen hebben nooit moeite met het niveau van de teksten. Hoewel er vaak moeilijke begrippen aan de orde worden gesteld, zijn de teksten heel goed te volgen. De teksten zijn meestal kort en de kopjes erboven werken verhelderend. Tekst wordt vaak en goed ondersteund door een foto of een illustratie. Beeld en tekst zijn gelijk verdeeld, waardoor moeilijke lezers ook niet het idee hebben, dat ze zich door een tekst moeten worstelen. Anderzijds vraagt het wel van de leerlingen dat zij informatie uit de tekst combineren met illustraties, grafieken en foto’s, om een vraag te kunnen beantwoorden of om een onderdeel goed te snappen.

Bij de keuze voor deze methode hebben wij vooral gekeken of hij kan worden gebruikt in een weektaak (Zelfstandig Werken). Dit lukt bij ons heel goed. Onderdelen van een les stop ik in de weektaak van kinderen, na een algemene instructie aan het begin van de week. Ik kan niet inschatten of hoofdstukken separaat of in een ander volgorde gebruikt kunnen worden. Ik heb daar geen ervaring mee.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

In grote lijnen heb ik de lessen altijd kunnen 'draaien’ binnen het tijdspad dat de methode voorschrijft. De tijd die voor de verschillende onderdelen staat (introductie, instructie/bespreking en verwerking) klopt vrij goed. Een les duurt snel langer, wanneer moeilijke begrippen aangeleerd moeten worden. De verwerkingstijd is ruim voldoende. Ik heb genoeg aan een uur per week voor de instructie en de nabespreking. De verwerking kan variëren. Het maken van de opdrachten verschilt nogal per leerling. Daarnaast hebben de leerlingen, in het keuzedeel van hun weektaak, de mogelijkheid om topografie (extra) te oefenen op de pc, of de begrippen (animaties) te herhalen.
Topografie oefenen ze met het kopieerblad ook thuis. Een gemiddelde leerling is zo toch zeker anderhalf uur per week met aardrijkskunde bezig. En dan sla ik de creatieve opdrachten bijna altijd over.

Regelmatig laat ik de kinderen de begrippen zien via het Activ-board. Vaak vinden ze dat prettiger dan wanneer ik de begrippen zelf uitleg. "Het gaat sneller en u vertelt er veel meer omheen’’, is vaak de reactie van de kinderen. De animaties op de cd-rom geven een heldere definitie van het begrip. Sommige kinderen hebben het nodig om deze nog eens op hun gemak te herhalen. Soms is een toelichting nodig omdat ze bepaalde woorden uit de definitie niet begrijpen.

Op het punt van toetsing wijk ik altijd af van het schema, omdat de kinderen de toets thuis willen voorbereiden. Proefwerken van methodegebonden zaakvakken worden bij ons altijd een week van te voren opgegeven, zodat de kinderen zich kunnen voorbereiden. De samenvattingsles en de toets worden door de maker van de methode als één geheel gezien. Ik heb dit om bovengenoemde reden uit elkaar gehaald.

In de jaarplanning past De Blauwe Planeet prima. Dan moet ik er wel bij vermelden dat de verwerking, evenals de woordenschat- en herhalingswerkbladen grotendeels in de zelfstandige weektaak van de kinderen zitten. Daardoor zijn kinderen toch al zeker anderhalf uur per week met dit vak bezig.

Qua voorbereiding kost deze methode niet veel tijd. De compacte handleiding zorgt ervoor dat je snel door hebt waar het om gaat. De methode weidt niet onnodig uit, maar geeft toch voldoende achtergrondinformatie. Het nakijken van toetsen kost door de vraagstelling, relatief weinig tijd.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

Ik start de les meestal met een algemene instructie op de leerstof. Wanneer de begrippen helder zijn, leg ik alleen nog de opdrachten uit voor zover dat nodig is. In de beginfase van een les ben ik sturend op inhoud. Daarna begeleid ik zodanig dat iedereen met de opdrachten aan de slag kan. De kinderen zitten bij mij in de klas in viertallen. In het groepje helpen ze elkaar bij het maken van de opdrachten. Bij dit vak lopen ze zelden vast. Alle bijbehorende kaarten en grafieken zijn in het leerlingenboek of het werkschrift opgenomen, waardoor ze de atlas zelden nodig hebben.

Bij nieuwe leerstof, zoals het lezen van een klimaatgrafiek, hanteer ik het Directe Instructiemodel. Meestal kan ik echter volstaan met een instructie op de begrippen en een korte uitleg van de opdrachten. Veel onderdelen zijn niet leerkrachtgebonden, zoals de methode dat beloofd.

De opdrachten lenen zich niet bij uitstek voor samenwerkend leren. Ze zijn namelijk vooral bedoeld om te kijken of de leerlingen de inhoud van de les onder de knie hebben. Het werkschrift bevat bovendien relatief veel meerkeuzevragen. Er zou wat mij betreft meer variatie in de opdrachten in het werkschrift mogen zitten. Als tegenhanger zitten er wel creatieve opdrachten in de groepsmap met kopieerbladen.

De kinderen kijken het werkschrift bij mij zelf na en dat gaat prima. Ze zijn het zo gewend. In de nabespreking bespreek ik de antwoorden waar nodig. Ik leg bovendien het accent op het controleren van het lesdoel.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Mijn leerlingen kunnen na een klassikale instructie vrijwel zonder uitzondering de les zelfstandig afmaken. De methode is op dat punt goed afgestemd. De teksten zijn niet te moeilijk, waardoor weinig kinderen vastlopen of de concentratie niet vast kunnen houden. Taalzwakke lezers kunnen met het woordenschatwerkblad een vorm van pre-teaching krijgen. Ik heb weinig taalzwakke kinderen in de klas, waardoor ik dit onderdeel zelden zo gebruik.

De opdrachten vergen niet veel tijd. In het groepje helpen de leerlingen elkaar bij moeilijke vragen. Mij hebben ze dan zelden nodig. De opdrachten worden door hen zelf nagekeken, met het antwoordenboekje.

Een klassikale nabespreking (de methode schrijft het ook voor) gebruik om de les kort samen te vatten. Voor mij is het belangrijkste om te kijken of het lesdoel is gehaald. Door een paar korte vragen te stellen lukt me dit in vijftien minuten. Vaak gebruik ik die tijd om nog eens door te praten over een bepaald onderwerp.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Voor taalzwakke kinderen is het een voordeel dat ze met behulp van het computerprogramma, de teksten die ze zelf moeten lezen, ook kunnen horen. Bij mij in de klas zijn de dyslecten er erg blij mee.
Ook het feit dat de begrippen in woord en beeld duidelijk worden uitgelegd, wordt door hen als prettig ervaren. Het sterke punt van de leerlingenboeken, de juiste balans tussen tekst en beeld is in hun voordeel. De methode zet sterk in op visualisering van lastige begrippen.

Kinderen die moeite hebben met het begripsniveau van de teksten en met name de begrippen die in elke les expliciet worden aangeleerd, bekijken de filmpjes na de les nog eens. Ook hier zit de kracht in de combinatie van beeld en geluid. Kinderen beginnen er om die reden bijna altijd uit zichzelf aan.

Uitdaging voor de meerbegaafde leerling is lastiger. De website geeft daartoe wel mogelijkheden. De extra werkbladen ‘woordenschat’ en ‘herhaling’, zijn meer bedoeld voor kinderen die uitvallen na toetsing.

De kinderen maken zich de nieuwe stof relatief snel eigen. Ze vinden het aan het begin wel moeilijk, gezien de hoeveelheid nieuwe begrippen. Aan het einde van de les vindt iedereen dat hij of zij de lesstof beheerst. Dit gevoel wordt bij hen vrijwel altijd bevestigd door goede toetsresultaten. "Als ik tijdens de les goed oplet, hoef ik de samenvatting voor de toets niet meer te leren’’, is een veelgehoorde kreet in mijn klas.

De verwerking is relatief kort. Tempodifferentiatie is dan niet nodig. De langzaamste leerling doet twintig minuten over de verwerkingsopdrachten van een les. Bij de bespreking merk ik dat vrijwel iedereen de taak goed tot zeer goed maakt. 

Kinderen die snel zijn of meer uitdaging willen, oefenen volledig zelfstandig de topografie in, op de computer. Ze doen het topospel, of maken de oefentoets. Daarbij krijgen ze meteen feedback. De verwerkingsopdrachten kun je ook helemaal op de pc maken. Voordeel is dat ze dan meteen feedback krijgen. Ik maak daar weinig gebruik van, aangezien iedereen een werkboek heeft.

Daarnaast kunnen kinderen die extra verbreding of verdieping aankunnen, op de site van De Blauwe Planeet werken aan webopdrachten. Ik laat kinderen hieraan werken in tweetallen. Deze opdrachten zijn meestal goed te doen, maar vragen wel iets extra’s. Kinderen moeten goed en snel informatie kunnen analyseren en verzamelen. Ze moeten vrij zelfstandig een presentatie of werkstuk kunnen maken. De leerlingen die bij mij aan de bovenkant zitten, hebben er echt voldoende uitdaging aan.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Tijdens de bespreking controleer ik of de lesdoelen gehaald zijn. Ik heb eerder al uitgelegd hoe dit bij mij in zijn werk gaat. De methode is zodanig opgezet dat kinderen dit met gemak halen.

De lesdoelen worden aan het einde van het hoofdstuk gecontroleerd door de methode met een schriftelijke toets. Vrijwel alle leerlingen halen hier een ruime voldoende voor. Ik hanteer de normering van de methode zelf. Deze geeft ook handreikingen wanneer kinderen een onvoldoende halen. Dan maken ze het ‘woordenschat-’ of ‘herhalingswerkblad’. Ik gebruik deze conform de methode. Mijn parallelcollega gebruikt de herhalingsbladen soms als extra voorbereiding op de toets. De kinderen weten door de opbouw van de methode precies wat van hen verwacht wordt en in de toets worden veelal controlevragen gesteld. Het zijn vaak meerkeuzevragen of vragen waarbij een kort antwoord moeten worden ingevuld.

De topografie levert zelden problemen op. De hoeveelheid plaatsen per les is gering, waardoor het voor de kinderen overzichtelijk blijft. De software geeft tal van mogelijkheden om op een aantrekkelijke manier te oefenen. Dit geldt ook voor de Kwismeester. Ze vinden het prettig om elkaar met behulp hiervan ‘af te vragen’



ICT

Terug naar boven ↑

De software bij dit programma is in kwalitatief opzicht van een hoog niveau. Het is een onmisbare aanvulling op de boeken en de werkboeken:
- De moeilijke begrippen worden door middel van animaties uitgelegd. Zo vaak als de leerlingen willen, kunnen ze deze filmpjes bekijken. (Verlengde instructie)
- Ze krijgen meteen feedback als ze de verwerkingsopdrachten maken op de computer. Handig in een klas waar veel zelfstandig gewerkt wordt.
- De topografie wordt op een aantrekkelijke manier gepresenteerd. De kinderen bij mijn in de klas, beginnen eraan, zonder dat ik er om vraag.
- De webopdrachten op de site bieden extra verdieping voor leerlingen die dat aankunnen. Deze opdrachten lenen zich goed voor vormen van samenwerkend leren.

In feite zou je de methode kunnen gebruiken zonder software. Ik zou het echter nooit doen. Bij mij vormen ze een essentiële aanvulling tijdens de inoefening en verwerking van de leerstof.

Zoals ik al eerder zei, gebruik ik enkele softwareonderdelen tijdens mijn instructie op het Activboard. De filmpjes over de begrippen behandel ik altijd. De zakelijke stijl van aanbieden, waarbij geen uitweidingen worden gedaan, ontlokte kinderen vaak deze uitspraak: "We hebben liever dat de computer de teksten voorleest. Die vertelt er niet zoveel bij, en we snappen het net zo goed.’’



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

Zelfstandig Werken staat bij ons hoog in het vaandel. Deze methode past daar goed bij. De lesstof behoeft geen lange instructie en kinderen kunnen ook zonder leerkracht snel feedback krijgen door middel van het nakijkboekje of via het computerprogramma. Veel onderdelen kunnen zonder begeleiding van de leerkracht gedaan worden.
Op onze school zitten relatief veel dyslecten. Voor hen is deze methode goed te gebruiken door de combinatie van beeld en (korte) teksten. Daarnaast biedt de computer voor hen handige ondersteuning.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

De methode sluit goed aan bij het cognitieve niveau van de kinderen in mijn klas. Op voorhand vinden ze de les niet makkelijk. Aan het einde geven ze wel allemaal aan dat ze de lesstof begrijpen. Het taalgebruik van de methode is goed afgestemd op het niveau van mijn leerlingen. ‘To-the-point’ is misschien wel de beste typering. Geen fratsen. Een korte zakelijke tekst. In mijn klas is het leesniveau geen probleem. Dyslecten en zwakke lezers maken dankbaar gebruik van de ICT-mogelijkheden en de ‘woordenschat’ werkbladen.
De kracht van deze methode zit in de vraagstelling aan het begin van een les. Waar is het koud, droog en nat? Zijn alle wereldsteden hetzelfde? Is er genoeg voedsel voor iedereen? Dit soort vragen daagt kinderen uit. Ze zitten meteen in de les en weten waar het over zal gaan.



Feedback

Terug naar boven ↑

Een aantal citaten van leerlingen uit mijn klas: "Door de korte teksten in het boek, weet je snel wat ze bedoelen. Ook omdat de plaatjes en foto’s er goed bij passen. Soms lijkt het van te voren best moeilijk, maar je hebt op deze manier heel snel door waar het om gaat.’’…"Je ziet bovenaan de les, meteen waar het over gaat.’’…."De opdrachten in het werkschrift zijn meestal niet moeilijk. Als ik in de klas goed oplet, hoef ik nauwelijks nog te leren voor de toets.’’…"De topografie op de computer is zo leuk, dat ik er altijd uit mijn eigen aan begin.’’

Een dyslectische leerling: "Ik lees de teksten mee met de stem van de computer. Zo zie en hoor ik waar het over gaat. Dat vind ik erg makkelijk.’’

De kritische noot: ,,De opdrachten in het werkschrift zijn meestal ongeveer hetzelfde. Er zit weinig variatie in.’’

Collega’s vinden de methode vooral ‘gebruiksvriendelijk’ en toch ‘veelzijdig en compleet.’



Vormgeving

Terug naar boven ↑

De juiste combinaties van heldere teksten en goede illustraties is een ijzersterk punt van deze methode. Het kleurgebruik nodigt uit tot leren. Daardoor is duidelijk te zien, waar het om gaat in een les. De vraag die elke les centraal staat, springt er meteen uit. Begrippen en topografische termen die aan bod komen, zijn door een goede lay-out/indeling meteen te zien.

Het werkschrift en toetsschrift is echter afgedrukt in één kleur (blauw), mede om de kostprijs acceptabel te houden, denk ik. Dit gaat niet ten koste van de helderheid van de vragen.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Ik heb geen ervaring met dit onderdeel.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Handleiding, leerlingenboek, werkschrift, toetsboekje, cd-rom, kopieerbladen en Kwismeester groep 8.

Naam/functie evaluator

Patrick Nieskens, leerkracht groep 8

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 8

Datum afronding ervaring

medio maart 2010

Reactie uitgever

Terug naar boven ↑

Bij het ontwikkelen van een nieuwe methode is de motivatie voor de leerlingen een van de uitgangspunten. Als leerlingen de lesstof boeiend vinden, willen ze graag leren en dan is de leerkracht ook blij! ThiemeMeulenhoff krijgt van deze leerkracht en leerlingen terug dat dit gelukt is in De blauwe planeet. De spannende vragen die het hoofdstuk inluiden, veel beeld om begrippen te visualiseren, animaties op de cd-rom, digibordsoftware, de kwismeesters leveren precies dat aandeel dat we van ze verwachten! De leerkracht omschrijft de methode als ‘to the point’. De leerlingen horen een begrip liever via de cd-rom dan van de eigen leerkracht uitgelegd: “Die vertelt er niet zoveel bij en we snappen het net zo goed”. Dus inderdaad ‘to the point’.



Ervaring: De Blauwe planeet (2)

Terug naar boven ↑



Samenvatting

Terug naar boven ↑

De Blauwe planeet is een methode voor aardrijkskunde en topografie. De lesstof is uitdagend en sluit goed aan bij het niveau van de leerlingen en bij de interesses van de leerlingen. Er is binnen de methode veel differentiatie mogelijk door middel van de verschillende bijgeleverde hulpmiddelen zoals de kwismeester, de leerlingensite en het computerprogramma. Het computerprogramma neemt een zeer grote plaats in in de lessen. Eigenlijk kun je niet zonder.Tot nu toe zijn we erg positief over de methode en niet alleen wij (de leerkrachten) maar de leerlingen ook. Met name een school die leerlingen graag zelfstandig wil laten werken kan uitstekend uit de voeten met deze methode, maar ook meer klassikaal lesgevende scholen kunnen de methode echt uitbuiten. Zeer uitgebreid leerstofaanbod voor alle niveaus en een prettige manier van werken. Deze methode is bij een eventuele keuze zeer zeker het bekijken waard.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Onze school heeft afgelopen schooljaar gekozen voor een nieuwe methode aardrijkskunde. Hiervoor gebruikten we Wijzer door de wereld. Wat niet beviel aan deze methode was dat er te veel klassikaal moest worden gedaan terwijl wij als school juist streven naar een grote mate van zelfstandigheid in groep 8. We wilden een nieuwe methode die hier meer aan tegemoet zou komen. Per week hebben we een uur de tijd om met aardrijkskunde aan de slag te gaan. Dit geldt voor groep 5 t/m 8. In groep 3 en 4 wordt er korter mee gewerkt. In de klas gebruiken we het leerboek, het werkboek, het toetsboek, het digitale boek en de digibordsoftware en de kwismeester. Ook de leerlingsoftware behorende bij de methode wordt gebruikt. Daarnaast maken we ook gebruik van beeldbank, youtube en bijvoorbeeld 'Uitzending gemist' om de lessen verder toe te lichten of te verduidelijken.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

De methode bestaat uit 4 hoofdthema’s die ieder jaar in een iets andere vorm terug komen. Een lesjaar bestaat uit 8 thema’s van elk 4 lessen. Een kleurenbalk geeft aan in welk hoofdstuk je zit. De eerste les is een themales, de tweede les is een topografieles, de derde les is een verwerkingsles en de vierde les is een herhalings/ toetsles. Voor de kinderen is dat heel duidelijk en overzichtelijk. Een thema wordt altijd gemeenschappelijk gestart. Daarna laten we in groep 8 de leerlingen zoveel mogelijk de eerste 3 lessen zelfstandig doornemen met behulp van de software. De tekst van het boek wordt daarin ook gesproken dus de leerlingen kunnen naast zelf lezen ook alles nog eens horen. Moeilijke woorden en begrippen uit de tekst worden hierbij verduidelijkt en uitgelegd eventueel met behulp van filmmateriaal. Dus voor het lezen/ doornemen van de tekst hebben de leerlingen de leerkracht niet echt nodig. De teksten zijn kort en in duidelijke taal geschreven. De vragen in het werkboek komen overeen met de tekst. Als de leerlingen de tekst begrepen hebben kunnen ze zonder moeite de opdrachten uit het werkboek maken. De methode bevat ook een topografielijn. Wij hebben besloten om niet het kopieermateriaal te gebruiken voor de topografie maar het eerst alleen te proberen met de topografieles en de opdrachten op de computer die daar bij horen. Dit gaat heel goed. Als de kinderen gedurende de week af en toe de gelegenheid krijgen om de topografie te oefenen op de computer is de toets geen enkel probleem. Per thema worden er twee toetsen afgenomen. De ene toets is de topografietoets en de andere toets is de toets over het thema en de begrippen. Wij nemen deze beide toetsen af in de laatste les van het thema. Daarin wordt ook alles nog eens met de leerlingen besproken. Wat dan wel heel lastig is zijn de toetsen die in het toetsboekje staan. De vragen van het toetsboekje vragen toch wat meer van het inzicht van de leerlingen en vragen niet direct alles uit het hoofdstuk terug. Dat is voor een aantal leerlingen erg moeilijk en dat geeft dan lage uitslagen. De kwismeester zetten wij in aan het einde van lessen als we nog een minuut of tien over hebben. In de vragen van de kwismeester worden alle belangrijke begrippen van een les nog eens terug gevraagd en dat is heel goed voor de verwerking. Je krijgt dan meteen een duidelijk beeld of de leerlingen uit de les hebben gehaald wat de bedoeling was.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Volgens de methode moet je per week 50 minuten bezig zijn met een les. Wij hebben er voor gekozen om er een uur van te maken zodat de leerlingen ook nog de mogelijkheid krijgen om met de kwismeester of met het computerprogramma te werken. In totaal zijn er 32 lessen. Het werk voor de leerkracht zit hem vooral in het nakijken van de toetsen. Heel veel bespreekwerk is al uit handen genomen doordat de software ook de tekst uit het boek gesproken aanlevert. Het werkboek leent zich prima voor het klassikaal bespreken van de vragen dus ook daar zit niet veel extra nakijkwerk aan.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

De methode leent zich heel goed voor verschillende manieren van aanpak. Bij ons op school is het de bedoeling dat de leerlingen uiteindelijk in staat zijn om een bepaalde hoeveelheid stof zelfstandig te verwerken waarbij de leerkracht als coach vanaf de zijlijn het traject begeleidt. Dat gaat heel goed. Voor de snelle leerlingen is de structuur van de methode heel duidelijk en overzichtelijk en voor de wat taalzwakkere leerlingen biedt de software de extra instructie die ze nodig hebben om de stof te kunnen verwerken. Alle leerlingen zijn dus goed in staat om zelfstandig met deze methode aan de slag te gaan. Hierbij wijken wij wel af van de handleiding die wel een grotere rol voor de leerkracht voor ogen heeft. De leerlingen worden door de vragen in het werkboek ook uitgedaagd om met elkaar in discussie te gaan en hun eigen mening te geven. Het gebruik van de kwismeester stimuleert tot samenwerking. Eigenlijk kun je heel veel kanten op met deze methode. Hij is aan te passen aan elke situatie.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Mijn ervaringen met het zelfstandig werken tot nu toe zijn erg positief. Door de vele hulpmiddelen die de methode heeft blijken vrijwel alle leerlingen in staat om zelfstandig te werken met de lessen. Ze vinden het ook leuk om zelfstandig te doen. In hun eigen tempo kunnen ze de stof doorwerken en waar nodig extra uitleg of instructie krijgen van het computerprogramma. De laatste les van een thema moet je wel gezamenlijk doen met de leerlingen omdat de toetsing daar ook onder valt. Ook kun je dan nogmaals controleren of de leerlingen de essentie ven het hoofdstuk er inderdaad uit hebben gehaald. Ook met het computerprogramma kunnen de leerlingen uitstekend zelfstandig aan de slag. Het programma heeft een duidelijke basis waardoor leerlingen al heel snel begrijpen waar ze naar moeten kijken en wat er van hen verwacht wordt. De kopieermap waar o.a. extra verrijkingsopdrachten in staan wordt door ons op dit moment nog niet gehanteerd. Of die opdrachten uitdagen tot zelfstandig werken kan ik dan ook niet goed aangeven.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

In deze methode kun je vrij makkelijk differentiëren. Vooral de zwakkere leerlingen zie ik veelvuldig gebruik maken van de extra uitleg van moeilijke begrippen die in de software zit. De betere leerlingen maken hier veel minder gebruik van en maken juist weer meer gebruik van de computer om de extra opdrachten van de les te maken waarin wat extra uitdaging zit. De differentiatie kunnen de leerlingen dus eigenlijk al zelf aanbrengen. Nu heb ik het wel over een groep 8 waar ik mee werk en deze leerlingen weten heel goed wat ze zelf nodig hebben om een les te kunnen begrijpen. In de andere groepen brengt de leerkracht deze differentiatie aan. Dat bestaat dan voornamelijk uit het aangeven welk gedeelte van het computerprogramma leerlingen erbij moeten pakken en uit het bespreken met leerlingen of ze begrijpen wat ze moeten doen en of ze de vragen in het werkboek begrijpen.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Aan het einde van een les kun je evalueren door middel van de kwismeester. Daarmee werken leerlingen in tweetallen en bevragen elkaar over de stof van de les. In ieder hoofdstuk zit een topografietoets en een algemene toets. Dit kunnen de leerlingen van tevoren oefenen door het maken van de oefentoets voor topografie of de oefentoets voor het algemene gedeelte op de computer. Ook zitten er bij elke les computeropdrachten waardoor de leerlingen nogmaals met de stof worden geconfronteerd. Volop toetsings- en evaluatiemomenten aanwezig dus.



ICT

Terug naar boven ↑

De ict neemt een zeer centrale plaats in in deze methode en is er ook in geïntegreerd. Eigenlijk kun je niet zonder. Er zit zoveel bij de software wat de lessen aantrekkelijker, spannender, uitdagender en duidelijker maakt dat de methode zonder de software eigenlijk maar half af zou zijn. Bij ons hebben alle groepen al de beschikking over een digitaal schoolbord en bij deze lessen wordt dat ook veelvuldig gebruikt. De leerkracht heeft ook zeer zeker baat bij het computerprogramma omdat een heleboel werk uit handen wordt genomen. Leerlingen verwerken heel veel stof via de computer en voor bijvoorbeeld het goed kunnen maken van de toetsen is het echt een onmisbaar onderdeel binnen je lessen.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

De Huifkar is een openbare school dus bij het kiezen van de methode is niet uitgegaan van een bepaald geloof of een geloofsovertuiging. De mogelijkheid van zelfstandig werken en ons streven naar zelfstandigheid heeft de boventoon gevoerd bij onze keuze. Daarnaast spraken vanaf het begin af aan de korte teksten en de duidelijke uitleg ons erg aan. De vele mogelijkheden op ict-gebied hebben ons uiteindelijk over de streep getrokken. Het hele team wilde graag intensief met het digitaal bord kunnen gaan werken bij de aanschaf van een nieuwe methode. Al deze 'mogelijkheden' vonden we terug in deze methode.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

De methode sluit goed aan bij het niveau van de leerlingen. Er wordt dezelfde indeling in de leerlingenboeken en in de werkschriften gebruikt in alle jaren. Daar zit dus een goede rode lijn in. Bij onze keuze voor deze methode hebben we ook de mening van de kinderen betrokken. Die mening werd vooral gebaseerd op het uiterlijk van de methode. Die is heel aantrekkelijk en nodigt uit om de stukjes bij de plaatjes te gaan lezen. Ook dit geldt voor alle groepen. Met dyslectische kinderen of kinderen met andere problemen is voldoende rekening gehouden met name door het computerprogramma. Dyslectische kinderen of kinderen met andere concentratieproblemen kunnen hier ook prima mee uit de voeten. De teksten en de plaatjes sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen en dagen uit. De extra mogelijkheden bij de methode zoals de kwismeester, het computerprogramma en de extra uitdagende opdrachten op de site van De Blauwe Planeet geven de leerlingen veel mogelijkheden om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen op hun eigen niveau.



Feedback

Terug naar boven ↑

Collega’s en leerlingen waren bij onze keuze meteen enthousiast al werd wel meteen duidelijk dat er naar verschillende dingen werd gekeken. Ook nu we de methode gebruiken verschilt het commentaar van de leerlingen toch wel van het commentaar van de leerkrachten. De leerkrachten zijn vooral erg positief over de ict. "Een duidelijk computerprogramma" en "Goh, wat kun je de dingen makkelijk vinden zijn’’ veel gehoorde opmerkingen. Een aantal andere opmerkingen waren:
- Ik wist niet dat een computerprogramma ook zo makkelijk kon zijn.
- Wat handig dat de teksten worden voorgelezen.
- Je kunt veel tijd aan de lesstof besteden doordat de leerlingen in staat zijn om de tekst zelfstandig en goed te lezen of zich te laten voorlezen.
Het enige negatieve wat ik tot nu toe heb gehoord en ook van andere docenten heb vernomen is dat de toetsen wel erg moeilijk zijn voor een aantal leerlingen. Die stof moet je ze echt heel goed laten oefenen.
Leerlingen gaven aan:
- Wat een grappige plaatjes.
- Lekker dat ik zelf niet al die teksten hoef te lezen. Dat voorlezen is grappig.
- Ik snap nu eindelijk de moeilijke woorden.
- Als we aardrijkskunde moeten doen wil ik heel graag achter de computer. Dat is leuk.
- Iedere dag zo’n kwis zou veel beter zijn.
De leerlingen gaven verder aan dat ze het werkboek er saai uit vinden zien maar de vragen zijn wel makkelijk omdat je de antwoorden echt in de tekst kunt vinden. Tot nu toe eigenlijk heel erg positief allemaal, maar dan moet je wel meenemen dat dit het eerste volle schooljaar is dat we met deze methode werken.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

De vormgeving van het leerlingenboek is heel kleurrijk en uitdagend. De plaatjes zijn interessant om te bekijken en daardoor worden kinderen bijna als vanzelf naar de tekst getrokken. Ze vinden het leuk om te bekijken wat er precies met een plaatje wordt bedoeld. Dat is in het werkboekje iets minder. Dat is veel minder kleurrijk en daar halen de leerlingen niet als eerste hun interesse vandaan. Met name ook hier is het het computerprogramma dat de extra aandacht vestigt op de onderwerpen. Door de zeer duidelijke filmpjes en uitleg over moeilijke begrippen en door de gevarieerde extra opdrachten en topografie-oefeningen die leuk zijn om te doen, valt de methode echt op.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Wij werken nu een jaar met de methode en weten nog niet of het aan gaat sluiten bij ons doel. Dit was om de aardrijkskundekennis van de leerlingen te vergroten en te kijken of de cito-eindtoets betere resultaten geeft met het invoeren van deze methode. Dat is nu te kort om er al daadwerkelijk iets over te kunnen zeggen. De methode was wel makkelijk in te voeren. Wij hebben dit in een keer gedaan. Alle groepen zijn er tegelijk mee begonnen en dit heeft niet tot problemen geleid. Wat dat betreft was het niveau wel duidelijk, ook het niveau dat in de vorige methode werd gevraagd.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Alle materialen behorende bij de Blauwe Planeet.

Naam/functie evaluator

Jolanda van Dijk (leerkracht groep 8, ict-er, bovenbouwcoördinator, rekencoördinator)

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 8

Datum afronding ervaring

20-02-2010

Reactie uitgever

Terug naar boven ↑

Deze basisschool werkt vooral zelfstandig met de methode De blauwe planeet. Na een gemeenschappelijke start van een nieuw hoofdstuk, wordt vooral de software ingezet. Deze manier van werken met de methode is nieuw voor mij, maar de methode leent zich er inderdaad goed voor! Alle teksten worden op de cd-rom voorgelezen en de leerlingen kunnen zelf bepalen van welke begrippen ze extra uitleg willen hebben. Elke leerling werkt op deze manier de les optimaal effectief door. De leerkracht zegt terecht dat de leerlingen de differentiatie zelf kunnen aanbrengen.
Het is heel fijn om te lezen dat de leerkrachten en de leerlingen duidelijk een meerwaarde zien in de software bij de methode!



Ervaring: De Blauwe planeet (3)

Terug naar boven ↑



Samenvatting

Terug naar boven ↑

Ik werk nu twee jaar met De blauwe planeet. Mijn leerlingen en ik zijn tot nu toe erg positief over deze methode. Deze is helder en overzichtelijk. Je kunt er snel en gemakkelijk mee aan de slag. De handleiding is kort, maar krachtig. Men kan de nodige informatie snel vinden, omdat het geheel overzichtelijk is ingedeeld.
De leerling-boeken hebben korte, duidelijke teksten. Taal-zwakke leerlingen kunnen de tekst beluisteren op de cd-rom. Bovendien geeft de software extra informatie en de leerlingen kunnen hiermee de stof zelfstandig nog eens extra oefenen. De kopieerbladen bieden ook mogelijkheden tot zelfstandig werken. De topografie die de methode biedt vind ik te weinig.
De blauwe planeet is goed te gebruiken in een combinatieklas door de afwisseling van instructielessen en leerkrachtarme lessen.
De werkboeken en toetsboekjes vind ik niet echt uitnodigend. Ze zijn wel helder en duidelijk.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Ik werk vijfendertig jaar in het basisonderwijs, waarvan de laatste tien jaar als leerkracht van de groepen 6, 7 en 8. In totaal zitten er zo’n dertig leerlingen op onze dorpsschool, een hele kleine school dus. We werken met de combinaties: groep 1/2; groep 3/4/5 en groep 6/7/8. In elke groep zitten 2, 3, 4, 5 of 6 leerlingen. Sinds drie jaar hebben wij in elk lokaal een digitaal bord en hebben we de beschikking over drie computers. In verhouding hebben wij veel zorgleerlingen. De uitstroming na groep 8 kent een grote variatie: van praktijkschool naar VWO. Onze school heeft kenmerken van het Jenaplanonderwijs: verschillende jaargroepen in een lokaal en van het Daltononderwijs: zelfstandig werken en samenwerken. We geven de lessen zoveel mogelijk aan de hand van het Directe Instructiemodel.

Twee jaar geleden hebben wij gekozen voor de methode De blauwe planeet als opvolger van Hier en Daar. Na een uitgebreide voorlichting door de vertegenwoordiger van onze schoolleverancier gaf de extra ondersteuning aan taalzwakke leerlingen die De blauwe planeet biedt toch de doorslag. Maar ook de compacte handleiding en groepsmap vind ik zeer overzichtelijk en duidelijk. De Kwismeester past uitstekend in ons onderwijs: samenwerkend leren.

Het is nauwelijks mogelijk om drie aardrijkskundelessen aan drie verschillende groepen te geven, daarom werk ik met groep 6 in deel 6 en met groep 7/8 het ene jaar in deel 7 en het volgende jaar in deel 8. Dit is goed te doen met deze methode, vooral ook omdat de vier hoofdthema’s (de aarde, de wereld als woonplaats, de wereld als bron van leven en verbindingen) jaarlijks terug keren.

Daar de lessen om-en-om leerkrachtgebonden en leerkrachtvrij zijn is De blauwe planeet goed te gebruiken, ook in mijn combinatieklas. Al moet ik er wel bij vertellen dat de leerkrachtvrije lessen in mijn groepen toch nog wel vaak om een korte instructie vragen.
Ik gebruik bijna alle materialen: leerlingenboeken, werkschriften, toetsboeken, kwismeester, cd-rom, handleiding. Van de kopieerbladen gebruik ik: woordenschat en herhaling. Tot op heden heb ik de website www.deblauweplaneet.nl nog niet gebruikt, waarschijnlijk omdat de rest al wel voldoende was.
De topografie vind ik niet voldoende, ik gebruik nog steeds de topomap van Hier en Daar. Tot nu toe volg ik de methode, met hier en daar wat persoonlijke toevoegingen.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

In de handleiding van De blauwe planeet worden de vier thema’s: de aarde, de wereld als woonplaats, verbindingen en de wereld als bron van leven, duidelijk aangegeven. Deze thema’s komen in elk leerjaar twee keer aan de orde. De kleurenbalken boven de lessen laten zien welke hoofdstukken, qua thema, bij elkaar horen. Ik wijs de leerlingen daar wel op, de meeste leerlingen ervaren dit niet uit zichzelf.

Omdat in elke jaargroep dezelfde thema’s aan de orde komen zou het mogelijk moeten zijn (in combinatiegroepen) om met een gezamenlijke introductie te komen, ter voorbereiding van de komende les. Dat lukt mij na twee jaar gebruik (nog) niet.

De handleiding is beknopt, duidelijk en overzichtelijk, ik kan er heel goed mee werken. Alles ziet er overzichtelijk uit. Als je de verschillende handleidingen naast elkaar legt is de doorgaande lijn duidelijk te zien. Ik werk de aangegeven volgorde af, maar het zou mogelijk zijn om de hoofdstukken in een afwijkende volgorde te behandelen. Maar waarom zou je?

Elk hoofdstuk in het leerlingenboek begint met een vraagstelling. Zo komen de leerlingen gelijk in de sfeer van het thema en is hun interesse gewekt. Elke les begint met “Wat ga je leren?”, dit past bij het Directe Instructiemodel dat wij hanteren. Door de korte teksten, die ook nog eens op de cd-rom staan, kunnen ook onze 'zorgleerlingen' er goed mee werken. De overzichtskaarten, foto’s en vooral de grafiekjes zijn verhelderend.

Op onze school vinden we zelfstandig werken en daardoor samenwerkend leren heel erg belangrijk. De methode De blauwe planeet past goed in deze visie. De onderdelen kopieerbladen, de cd-rom en de kwismeester passen daar heel goed in.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

De planning van de structuur van de lessen zoals die staat aangegeven in de handleiding kan ik in mijn groep niet altijd volgen. Zoveel tijd kan ik niet vrijmaken voor aardrijkskunde, naast alle andere instructies met zoveel niveauverschillen. Met name de tijd voor oriëntatie en introductie is noodgedwongen korter. In totaal duurt een leerkrachtgebonden les uit De blauwe planeet bij mij ongeveer 45 minuten, een leerkrachtvrije les toch al gauw 15 minuten.
Taal/leeszwakke kinderen bereiden zich middels de cd-rom voor op de les. Dit werkt heel goed. De verwerking maken mijn leerlingen gezamenlijk, ik lees de opdrachten en de leerlingen schrijven de antwoorden in het werkschrift (handig voor dyslectische leerlingen), daarna wordt het werk besproken. De kopieerbladen zijn heel goed zelfstandig te maken.

Toetsen: Ik laat de leerlingen ’s morgens de samenvattingsles en de cd-rom oefentoets maken ter voorbereiding op de afsluitende toets. Deze maken ze dan ’s middags. De eventuele herhalingskopieerbladen moeten door individuele leerlingen in de week daarop gemaakt worden. Dit staat dan op hun weektaak.

Wekelijks besteed ik 20 minuten extra aan topografie. Ik zoek bij de les uit De blauwe planeet een passende kaart uit de kopieermap van Hier en Daar. De eerste week is er een instructieles, de tweede week een oefenles (zelfstandig) en de derde week is er de toets (door mij gemaakt).
De topotoets van De blauwe planeet wordt ook gemaakt.
Extra topo-oefenmateriaal biedt de cd-rom de Digitale Atlas.

De blauwe planeet past goed in onze jaarplanning. Ik hoef niet bang te zijn dat ik “er niet door kom”. De voorbereiding van de lessen kost weinig tijd dankzij de overzichtelijke handleiding. Klein minpuntje: ik mis in de handleiding overzichtelijke tekeningen, schema’s enz.

Nakijkwerk: alle antwoorden zijn te vinden in de overzichtelijke groepsmap.
Bij de toetsen zijn er vaak ook extra vragen, ik vind in de handleiding niet duidelijk hoe je dit moet waarderen.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

De blauwe planeet past goed bij het Directe Instructie-model dat ik zoveel mogelijk hanteer. De methode geeft per les duidelijk aan wat er geleerd moet worden. Dit is voor de leerlingen ook heel overzichtelijk.
Na een terugblik op de voorgaande les, kijk ik samen met de leerlingen naar de nieuwe les(onderdelen) en de startvraag die uitnodigt tot nadenken. Daar ik met hele kleine groepjes werk, zijn de aardrijkskundelessen klassikale lessen en ben ik vooral sturend aanwezig.
De verwerking maken we ook klassikaal. Dit is goed te doen. De kopieerbladen kunnen de leerlingen zelfstandig maken. De kwismeester vind ik heel geschikt voor het samenwerkend leren.
De opdrachten in de werkschriften zijn verschillend van aard, volgen elke les hetzelfde stramien. Hier mocht van mij wel wat meer variatie in zitten.
De blauwe planeet is goed te gebruiken in een combinatie-groep.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Met de opdrachten van de kopieerbladen en de cd-rom kunnen mijn leerlingen heel goed zelfstandig uit de voeten. Ook de kwismeester is goed in te zetten tijdens zelfstandig werken. Dit leermiddel ondersteunt het samenwerkend leren in hoge mate. Een eenmalige instructie is voldoende bij deze middelen.
De opdrachten uit het werkschrift laat ik tot nu toe nooit zelfstandig maken, het klassikaal laten verwerken bevalt mij beter. Ik kan dan direct gezamenlijk de aardrijkskundeles afsluiten en checken of het lesdoel behaald is.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

De taal/leeszwakke leerlingen kunnen met behulp van de cd-rom de lessen voorbereiden en ondersteunend beeldmateriaal bekijken. Dat ervaren zij als heel prettig. Ook kunnen zij goed uit de voeten met het kopieerblad Woordenschat, alhoewel ik deze ook erg nuttig vind voor alle leerlingen.
De hoeveelheid tekst in de leerling-boeken is beperkt, dit is prettig voor de wat zwakkere leerlingen. Ik zou wel wat meer uitdaging willen voor de wat meer begaafde leerling. Misschien moet ik toch eens met de website gaan werken.
Na de toets zijn de diverse kopieerbladen uit de groepmap een goed differentiatiemiddel.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Ik maak de verwerking altijd klassikaal met mijn leerlingen. Daarna kijken we het samen na. Ik kan dan gelijk constateren wat er wel of niet bekend en duidelijk is en kan daarop inspringen. Dit bevalt mij heel goed.
Aan de hand van de vierde les (wat hebben we geleerd?) bereiden de leerlingen zich voor op de toets. Ze maken de opdrachten van de cd-rom: de oefentoetsen.
In de handleiding wordt goed omschreven hetgeen de leerlingen moeten weten en wat ze moeten kunnen.
Als de leerlingen de toets gemaakt hebben gebruik ik de registratiebladen uit de groepsmap om de resultaten te noteren.
Ik vind de normering die in de handleiding aangereikt wordt erg summier en hanteer mijn eigen waardering voor de toetsen door een cijfer te geven.
Daar ik ook nog werk met de topografie van Hier en Daar geef ik mijn leerlingen twee topotoetsen: een “blinde” kaart invullen van het desbetreffende land en de topotoets die De blauwe planeet aangeeft. Deze laatste vraagt veel inzicht in topografie, ik ben er heel tevreden over.
De resultaten van de toetsen geven mij voldoende inzicht in de capaciteiten van de leerlingen. Naar aanleiding van deze resultaten geef ik de leerlingen een vervolgopdracht conform de aanwijzing van de methode.



ICT

Terug naar boven ↑

Op onze school hebben alle lokalen de beschikking over een digitaal schoolbord. De software van De blauwe planeet is hierop goed te gebruiken. De filmpjes over de begrippen kunnen door de leerkracht gebruikt worden om deze te verduidelijken, maar ook de leerlingen kunnen er zelfstandig mee aan de slag (beeld en geluid). Voor de wat zwakkere leerling is dit aan te bevelen als verlengde instructie.
Na mijn instructie gaan de leerlingen zelfstandig aan de slag met de oefenstof, dit is zelfcontrolerend. Past dus goed in onze weektaak zelfstandig werken. Bij de vierde (laatste les) hoort een oefentoets, dit is een goede voorbereiding op de echte toets.
Je zou de methode kunnen gebruiken zonder de software, ik zou dat niet aanbevelen. De software is zo geïntegreerd in de stof dat het jammer zou zijn om jezelf en je leerling dit leermiddel te onthouden. De software is toe te passen als instructie, maar ook als inoefening en verrijking van de lesstof.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

Toen wij een nieuwe aardrijkskundemethode moesten kiezen vonden wij dat deze in ieder geval aan de volgende vier punten moest voldoen:

  • de leerlingen moeten er in hoge mate zelfstandig mee aan de slag kunnen
  • er moeten elementen van samenwerkend leren aanwezig zijn
  • veel ICT mogelijkheden
  • gemakkelijke ingang voor taalzwakke/dyslectische leerlingen.

 Al deze punten vinden we terug in De blauwe planeet. En na twee jaar zijn we nog steeds tevreden over deze methode.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

De methode sluit goed aan bij het cognitieve niveau van de leerlingen uit mijn groep. Daar ik een combinatie groep 6, 7 en 8 heb, zie ik duidelijk dat deel 6 goed aansluit bij het denkniveau en de belangstelling van de leerlingen van groep 6.
De delen 7 en 8 gebruik ik om-en-om voor groep 7/8. Dit geeft totaal geen problemen. Of het nu om de landen in Europa gaat of om de landen in de wereld, het is allebei “ver weg”. Ook de toetsen bij deze delen zijn in beide groepen wel te doen, voor groep 7 zijn de toetsen van groep 8 niet echt te moeilijk en andersom niet te gemakkelijk.
De teksten in alle delen zijn helder en duidelijk. Voor iedereen begrijpelijk, zeker d.m.v. ICT-gebruik en de kopieerbladen Woordenschat.
Doordat elk hoofdstuk begint met een vraag die past bij hun denksfeer worden de meeste leerlingen nieuwsgierig naar de les.



Feedback

Terug naar boven ↑

Mijn collega uit de middenbouw is ook erg tevreden over De blauwe planeet. Ook zij vindt de tekst duidelijk, de foto’s en tabellen enz. overzichtelijk. Het blijkt wel dat niet iedere leerkracht alle mogelijkheden van de cd-rom gezien heeft. Zij wist niet dat deze niet alleen de mogelijkheid biedt om er kinderen zelfstandig mee aan de slag te zetten, maar dat je er als leerkracht ook veel aan kunt hebben: de filmpjes over de begrippen. Het is dus zaak om alles zelf goed te lezen en te bekijken!
De meeste leerlingen uit mijn groepen vinden de toetsen toch wel behoorlijk moeilijk. Ze moeten de opdrachten echt goed lezen voordat ze een antwoord kunnen geven.
De kwismeester doen mijn leerlingen graag samen.
Mijn dyslectische leerlingen vinden de cd-romstem een uitkomst.
Een meer-kleurendruk werkboek zou mijn leerlingen meer aanspreken dan de bij de methode behorende werkboekjes. Maar daar zou dan ook zeker een ander prijskaartje aan hangen.
Kortom: een gebruiksvriendelijk en compleet product deze methode.



Vormgeving

Terug naar boven ↑

Doordat elk boek begint met een topografische kaart die past bij de inhoud van dat deel van de methode is het nauwelijks nodig om een atlas te gebruiken, dit werkt prettig. Op de laatste bladzijde is de kaart afgedrukt die gebruikt moet worden bij het volgende deel. Ook hierin zie je dus duidelijk de doorgaande lijn.
Bij elke les zien de leerlingen gelijk wat er hier geleerd moet worden, dit staat telkens heel overzichtelijk aan de linkerzijde van de bladzijde.
Aan het eind van de les wordt in het boek aangegeven welke opdrachten de leerlingen in het werkboek, bij de kwismeester en op de computer moeten doen.
Als mijn leerlingen de betekenis van een begrip niet meer weten, verwijs ik ze naar de handige begrippenlijst achterin het boek (alfabetische volgorde).
De foto’s en illustraties zijn kleurrijk en up-to-date.



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Wij hebben de methode De blauwe planeet in een keer ingevoerd, dit gaf totaal geen problemen. Na twee jaar gebruik kan ik nog niet zeggen of de aardrijkskundige kennis van onze leerlingen nu echt met sprongen omhoog gegaan is. Mijn leerlingen en ik vinden het wel prettig om met deze methode te werken.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Leerlingenboeken, kwismeester, werkschriften, toetsboeken, handleidingen, groepsmappen en cd-roms van groep 6, 7 en 8.

Naam/functie evaluator

Kineke Kuper, leerkracht groep 6, 7, 8

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 6-7-8

Datum afronding ervaring

juli 2010

Analyse

Hieronder vindt u één of meerdere analyses van dit leermiddel, uitgevoerd door leerplanontwikkelaars van SLO.

Meer weten? Kijk op: http://www.slo.nl/organisatie/kenniscentrum/leermiddelenplein/longlist/



Analyse burgerschapsvorming PO: Burgerschapsvorming in De blauwe planeet

Terug naar boven ↑



Toelichting

Terug naar boven ↑

Sinds februari 2006 zijn scholen wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Het doel van de leermiddelenanalyse is zicht te krijgen op de wijze waarop leermiddelen aandacht besteden aan elementen van burgerschapsvorming. De methodes zijn met behulp van een analyseinstrument onderzocht. Het instrument bestaat uit drie onderdelen:
- Achtergrondgegevens, met vragen over algemene kenmerken van de methode
- Inhoudelijke aspecten, met vragen over aan burgerschapsvorming gerelateerde kernthema's en onderwerpen
- Didactische aspecten, met vragen over didactische aanpak en werkvormen.

De analyseresultaten van De blauwe planeet vindt u vanaf pagina 30.

Analyseresultaten van De blauwe planeet



Laat uw reactie en/of beoordeling achter:



CAPTCHA image sould be here




Verstuur

Beoordeling:



Vandaag