leermiddelen vergelijken

Selecteer minstens twee leermiddelen via 'voeg toe aan vergelijking'

Nu vergelijken
Omslag NatuNiek

NatuNiek, methode voor natuur en techniek

Schreurs, P.; Berents, W.; Post, J.

ThiemeMeulenhoff Basisonderwijs

2007-2008

Overzicht

Type

methode

Doelgroep(en)

BAO 3-8

Vak(ken)

techniek
natuur

Links

Methodesite
Leermiddelenkrant Actieve en gezonde leefstijl
Screening Actieve en gezonde leefstijl in leermiddelen primair onderwijs

Documenten:

Recensie Plein Primair, april 2007
Recensie Natuur aan de basis, april 2009
Methodeanalyse SLO
Recensie JSW, december 2007

Uitgever / Besteladres

ThiemeMeulenhoff Basisonderwijs
Postbus 225
3740 AC BAARN
http://www.thiememeulenhoff.nl
po@thiememeulenhoff.nl
088 - 8002017



Samenvatting

De methode combineert natuur en techniek en is gericht op het systematisch leren van begrippen, processen en vaardigheden. De methode biedt een doorgaande lijn van groep 3 tot en met 8 en is concentrisch opgebouwd rond vier natuur- en vier techiekthema's. De acht thema's komen cyclisch terug: de thema's van groep 3 worden weer aangeboden in groep 5 en 7. Die thema's zijn: leven (van mensen, planten en dieren), omgeving (techniek in je directe omgeving), zintuigen (bij mensen en dieren), techniek om je heen (techniek als hulpmiddel in je directe omgeving). De thema's van groep 4 komen in groep 6 en 8 terug. Die thema's zijn: gezondheid (verzorging van je lichaam), beweging (hefbomen, tandwielen en machines), planten en dieren (waar en hoe leven planten en dieren), techniek helpt jou (techniek als hulpmiddel in jouw leven).
De methode biedt voor groep 3 lesmateriaal voor vier thema's van elk drie lesuren (totaal 12 lesuren). In groep 4 zijn er ook vier thema's van elk drie lesuren plus bij elk thema een project van drie uur (totaal 24 lesuren). Vanaf groep 5 is er materiaal voor 24 themalessen en twaalf projectlessen. In de organisatie wordt afgewisseld tussen leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken. Het zelfstandig werken wordt daarbij gestimuleerd door te werken op de computer, onderzoek te doen, werkstukken te maken en te presenteren. Als differentiatie biedt de methode voor snelle leerlingen extra opdrachten aan het eind van de les of verrijkingsopdrachten (op speciale kopieerbladen). De teksten in het leerlingenboek houden rekening met AVI-niveau en CLIB-normen. Voor leerlingen die moeite hebben met de leerstof is er een werkblad met lastige begrippen en per hoofdstuk een themakaart voor herhaling van de stof. Daarvoor kan ook de kwismeester (vanaf groep 5) gebruikt worden, waarmee leerlingen in tweetallen de behandelde lesstof in vraag en antwoord doornemen. De cd-rom ondersteunt de lessen en biedt bijvoorbeeld animaties, opdrachten of voorbereiding op een toets. Op de methodesite www.natuniek.nl komen aanvullende opdrachten en oefeningen.
De prijs van de cd-rom betreft een netwerklicentie voor 200-299 leerlingen. Prijzen van andere licenties op aanvraag bij de uitgever.

Bekijken

Omslag NatuNiek

Onderdelen

TitelDoelgroepenJaar uitgifteDruk / VersieHerz.PrijsISBN
groep 3
Werkschrift 3 (per 5 ex.) BAO 32007115,70978-90-06-66015-9
Handleiding 3BAO 32007189,90978-90-06-66024-1
groep 4
Leerlingenboek 4BAO 42007122,60978-90-06-66002-9
Werkschrift 4 (per 5 ex.) BAO 42007115,70978-90-06-66014-2
Handleiding 4BAO 42007189,90978-90-06-66025-8
groep 5
Leerlingenboek 5BAO 52007125,90978-90-06-66003-6
Werkschrift 5 (per 5 ex.) BAO 52007117,00978-90-06-66010-4
Kwismeester 5BAO 52007123,10978-90-06-66016-6
Handleiding 5BAO 52007156,10978-90-06-66026-5
Groepsmap 5BAO 52007169,40978-90-06-66020-3
Antwoordenboek 5BAO 5200718,40978-90-06-66030-2
Cd-rom 5 (netwerkversie)BAO 520071495,70978-90-06-66040-1
groep 6
Leerlingenboek 6BAO 62007125,90978-90-06-66004-3
Werkschrift 6 (per 5 ex.) BAO 62007117,00978-90-06-66011-1
Kwismeester 6BAO 62007123,10978-90-06-66017-3
Handleiding 6BAO 62007156,10978-90-06-66027-2
Groepsmap 6BAO 62007169,40978-90-06-66021-0
Antwoordenboek 6BAO 6200718,40978-90-06-66031-9
Cd-rom 6 (netwerkversie)BAO 620071495,70978-90-06-66051-7
groep 7
Leerlingenboek 7BAO 72008125,90978-90-06-66005-0
Werkschrift 7 (per 5 ex.) BAO 72008117,00978-90-06-66012-8
Kwismeester 7BAO 72008123,10978-90-06-66018-0
Handleiding 7BAO 72008156,10978-90-06-66028-9
Groepsmap 7BAO 72008169,40978-90-06-66022-7
Antwoordenboek 7BAO 7200818,40978-90-06-66032-6
Cd-rom 7 (netwerkversie)BAO 720081495,70978-90-06-66056-2
groep 8
Leerlingenboek 8BAO 82008125,90978-90-06-66006-7
Werkschrift 8 (per 5 ex.) BAO 82008117,00978-90-06-66013-5
Kwismeester 8BAO 82008123,10978-90-06-66019-7
Handleiding 8BAO 82008156,10978-90-06-66029-6
Groepsmap 8BAO 82008169,40978-90-06-66023-4
Antwoordenboek 8BAO 8200818,40978-90-06-66033-3
Cd-rom 8 (netwerkversie)BAO 820081495,70978-90-06-66061-6
Software voor digitaal schoolbordBAO 3-82008406,90978-90-06-66066-1
Beschrijving

Hieronder vindt u een objectieve beschrijving van dit leermiddel, gemaakt door leerplanontwikkelaars van SLO.

Meer weten? Kijk op: http://www.slo.nl/organisatie/kenniscentrum/leermiddelenplein/beschrijven/



Beschrijving: NatuNiek - methode voor natuur en techniek

Terug naar boven ↑



Samenvatting

Terug naar boven ↑

NatuNiek is een methode natuur en techniek voor groep 3 tot en met 8 van de basisschool. De methode is concentrisch opgebouwd rond vier natuur- en vier techniekthema's. De thema's van groep 3 (leven, omgeving, zintuigen, techniek om je heen) worden ook aangeboden in groep 5 en 7. Thema's van groep 4 (gezondheid, beweging, planten en dieren, techniek helpt jou) komen in groep 6 en 8 terug.
De methode gaat uit van directe instructie (themalessen). In de projecten ligt het accent op het ontdekkend leren. Momenten voor zelfstandig werken zijn zowel in de themalessen als in de projectlessen te vinden. Voor zwakke leerlingen zijn er mogelijkheden voor pre-teachingactiviteiten. Leerlingen kunnen de lastige woorden oefenen of een les vooraf beluisteren met de cd-rom. De methode biedt geen aanwijzingen voor extra instructie tijdens de les en ook geen herhalingsstof of herhalingsopdrachten. Voor de snellere/betere leerling zijn één of meer extra opdrachten per les opgenomen. In de methode zijn mogelijkheden om te observeren en schriftelijk te toetsen opgenomen. Alle lessen van groep 5 tot en met 8 worden ondersteund door een cd-rom. Ook is er een methodesite (www.natuniek.nl) met aanvullende opdrachten en leerkrachtinformatie en software voor het digitaal schoolbord.



Samenstelling

Terug naar boven ↑

Voor de leerkracht is er in de groepen 3 en 4 een handleiding beschikbaar en voor de leerlingen een werkschrift. De leerlingen van groep 4 hebben daarnaast ook nog een leerlingenboek. Het materiaal voor groep 5 tot en met 8 bestaat per leerjaar voor de docent uit een handleiding en een groepsmap. Voor de leerlingen zijn er een leerlingenboek, werkschrift, kwismeester, cd-rom en antwoordenboek. Ook is er een methodesite (www.natuniek.nl) met aanvullende opdrachten en leerkrachtinformatie. Software voor digitaal schoolbord.



Vormgeving

Terug naar boven ↑



Didactische uitgangspunten en doelstellingen

Terug naar boven ↑

De auteurs van de methode noemen in de handleiding de volgende uitgangspunten: de inhoud van NatuNiek richt zich voor 50% op natuur en 50% op techniek; Natuniek is doen: NatuNiek biedt leerlingen een rijke ervaringswereld; werken vanuit thema's; projectmatig werken; leerlijn vaardigheden waarbij leerlingen leren onderzoeken, ontwerpen, maken en presenteren; aandacht voor duurzaamheid en milieu; aandacht voor gezond gedrag.
In de projecten wordt gebruik gemaakt van een vijf stappenplan. Dit model structureert de lesactiviteiten op het niveau van het handelen van leerkrachten en leerlingen.
In de handleidingen zijn per les lesdoelen geformuleerd. Bovendien wordt per thema aangeven wat de algemene leerdoelen zijn. De doelen die voor de projecten worden genoemd zijn: bevorderen van zelfredzaamheid; stimuleren van samenwerken en ervaren hoe dit in de samenleving gebeurt; versterken van de motivatie; doorbreken van het frontaal lesgeven; aansluiten bij eigen tempo en niveau; ontwikkelen van meningsvorming en leren betekenisvoller en tastbaarder maken.



Leerstofinhoud

Terug naar boven ↑

De leerstof bestaat voor groep 3 tot en met 8 uit acht thema's die twee jaarlijks worden aangeboden. De acht thema's komen cyclisch terug: de thema's van groep 3 worden weer aangeboden in groep 5 en 7. Die thema' zijn: leven (van mensen, planten en dieren), omgeving (techniek in je directe omgeving), zintuigen (bij mensen en dieren) en techniek om je heen (techniek als hulpmiddel in je directe omgeving).
De thema's van groep 4 komen in groep 6 en 8 terug. Die thema's zijn: gezondheid (verzorging van je lichaam), beweging (hefbomen, tandwielen en machines), planten en dieren (waar en hoe leven planten en dieren) en techniek helpt jou (techniek als hulpmiddel in jouw leven).
Naast themalessen biedt de methode vanaf groep 4 projectlessen. De in de themalessen aangeleerde begrippen en processen rond natuur en techniek worden in de projectlessen in de praktijk gebracht.
In de handleiding staan geen mogelijkheden om in te spelen op actuele gebeurtenissen.



Leerstofordening

Terug naar boven ↑

De methode is thematisch-concentrisch van opzet. Vanaf groep 3 zijn er per leerjaar vier thema's rond natuur en techniek. Van deze vier hebben er twee betrekking op natuur en twee gaan over onderwerpen rond techniek. Voor de zes jaargroepen zijn er in totaal 8 thema's waarbij een thema over de jaargroepen heen herhaald en uitgebreid kan worden. Sommige leerinhouden komen om de twee jaar terug. Andere onderwerpen worden alleen maar in een bepaalde groep behandeld.
Vanaf groep 5 heeft elk thema dezelfde opbouw. Per thema zijn er 8 lessen. Les 1 en 3 zijn kijklessen (leerkrachtgebonden). Les 2 en 4 zijn werklessen (zelfstandig werken). Les 5 is de toetsles (zelfstandig werken) en de lessen 6 tot en met 8 zijn projectlessen (waarvan één leerkrachtgebonden en twee zelfstandig werken).
Variatie in leerstofordening is mogelijk omdat de thema's zo zijn gekozen dat ze niet in een bepaald jaargetijde behandeld hoeven worden. Leerkrachten kunnen zelf bepalen hoe ze de lessen verdelen over het schooljaar. Clustering per thema verdient aanbeveling.



Planning/tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

De methode kent voor groep 5 tot en met 8 per week één les van vijftig minuten. Voor groep 3 en 4 is dit een les van 45 minuten. Hier wordt de frequentie van een les bepaald door de leerkracht.
Voor groep 5 tot en met 8 zijn er lessen voor 32 weken met een minimale onderwijstijd van 27 uur en een maximale onderwijstijd van 35 uur. Voor groep 3 zijn er lessen voor 12 weken met een minimale onderwijstijd van 9 uur en een maximale onderwijstijd van 12 uur. Voor groep 4 zijn er lessen voor 24 weken met een minimale onderwijstijd van 18 uur en een maximale onderwijstijd van 21 uur.
Op de methodesite is per groep een lijst met materialen voor de thematische lessen opgenomen. Deze materialenlijst is ook in de groepsmap te vinden.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

In de lessen van de methode zijn een tweetal modellen voor instructie te herkennen en wel de directe instructie en die van het ontdekkend leren. De methode hanteert binnen de themalessen het model van directe instructie. Bij deze lessen is er een onderscheid tussen leerkrachtgebonden (de kijkles) en leerkrachtonafhankelijke lessen (een zelfstandige werkles). Bij de projecten ligt het accent op ontdekkend leren. Projectlessen bestaan uit één leerkrachtgebonden les en twee lessen waarin de leerlingen zelfstandig werken. Ze maken de keuze uit twee projecten en gaan aan de slag met een vraagstuk. Ze presenteren de resultaten. Hoewel er binnen de lessen een variatie aan werkvormen mogelijk is, geeft de handleiding geen specifieke aanwijzingen voor het variëren van de instructie. In de handleiding wordt per les aangegeven welke groeperingsvorm gehanteerd wordt. Het gaat hier om werkvormen voor de hele groep, tweetallen/groep of de individuele leerling. De methode heeft mogelijkheden om te variëren in verwerking van de lesstof naar interesse, niveau, tempo en leerstijl. Naast de opdrachten in de werkboeken zijn er mogelijkheden voor extra opdrachten. Voor groep 5 tot en met 8 is aan het eind van elk thema een groene opdracht en creatieve opdracht te vinden.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

De thematische les kent twee soorten lessen: een kijkles en een zelfstandige werkles. De werkles begint met een leerkrachtgebonden ‘korte instap' van 5 minuten, vervolgens werken de leerlingen 35 minuten zelfstandig, waarna nog een leerkrachtgebonden verwerking van 10 minuten volgt. Projectlessen bestaan uit één leerkrachtgebonden les en twee lessen waarin de leerlingen zelfstandig, in groepjes, werken. De projectlessen kunnen de leerlingen zelfstandig doorlopen omdat ze aan de hand genomen worden middels een kopieerblad per les en de kwismeester die de vaardigheid van het desbetreffende project toelicht. In het werkschrift en het leerlingenboek zijn aanwijzingen opgenomen om zelfstandig met de leerstof aan de gang te gaan. Het leerlingenboek bevat verwijzingen die verplicht zijn (in groene balkjes) of facultatief (in paarse balkjes). In het werkschrift is gebruik gemaakt van pictogrammen om aan te geven om wat voor soort opdracht het gaat (samenwerken, bekijk 't maar opdracht of een extra opdracht).
De methode is geschikt voor het gebruikt in combinatiegroepen door de afwisseling van leerkrachtgebonden en leerkrachtonafhankelijke lessen.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

De methode kent geen basis of minimumprogramma. De stof is bedoeld voor alle leerlingen en is niet specifiek gericht op zwakkere leerlingen. Er zijn wel mogelijkheden voor pre-teaching activiteiten. Voorafgaand aan een thema kunnen de leerlingen, met behulp van een kopieerblad, de lastige woorden oefenen. Kinderen met dyslexie kunnen de teksten voorafgaand aan een les beluisteren met de cd-rom. De handleiding bij de methode biedt geen aanwijzingen voor extra instructie tijdens de les. Ook is er geen sprake van herhalingsstof of herhalingsopdrachten.
Voor de snellere/betere leerling zijn in het werkboek per les één of meer extra opdrachten opgenomen.
Er is echter geen sprake van verrijkingsstof. In de toets is een extra vraag opgenomen voor leerlingen die meer aankunnen. Ook kunnen leerlingen die sneller klaar zijn of extra geïnteresseerd zijn in een bepaald onderwerp op de website extra opdrachten vinden.



Evaluatie/toetsing

Terug naar boven ↑

Er zijn mogelijkheden om te observeren en te toetsen. Observatiemomenten zijn er tijdens de projectlessen. Aan de hand van een aantal observatievragen beoordeelt de leerkracht het functioneren in de groep met onvoldoende, voldoende of goed. In de groepsmap zit een beoordelingsformulier projecten.
Om te toetsen wordt elk thema vanaf groep 5 afgesloten met een schriftelijke toets. Dit betekent dat elke jaargroep 4 toetsen maakt. Ter voorbereiding op de toetsen bevindt zich in het leerlingenboek van ieder thema een samenvatting. Deze samenvatting staat ook op een kopieerblad in de groepsmap. De leerkracht kan deze mee naar huis geven om te oefenen. Voorafgaand aan de toets kunnen leerlingen ook een oefentoets in de vorm van een zelftest op de cd-rom maken of in tweetallen oefenen met de ‘kwismeester'.
Informatie over het beoordelen van de toets staat in de handleiding en resulteert in de waardering: goed, voldoende of onvoldoende. In de groepsmap zit een registratieformulier toets en presentatie.
De leerlingen reflecteren ook op hun eigen gedrag bij een project. In het werkschrift is hiervoor per project een pagina opgenomen. Voor het project vullen de leerlingen het deel 'bedenken' in en na het project het deel 'terugkijken'.



ICT

Terug naar boven ↑

Natuniek maakt gebruik van ICT door middel van een cd-rom die geïntegreerd is in de methode. Alle lessen van groep 5 tot en met 8 worden ondersteund door deze cd-rom. Hierdoor kunnen leerlingen op verschillende manieren zelfstandig en interactief met de lesstof aan de slag. De opmaak en de indeling komen overeen met het leerlingenboek. Naast de cd-rom is er de methodesite (http://www.natuniek.nl/). Deze is additioneel in te zetten.
Alle teksten van het leerlingenboek kunnen beluisterd worden. De bijbehorende opdrachten kunnen leerlingen achter de computer maken, waarbij ze tevens direct feedback krijgen en verwezen wordt naar informatie in het leerlingenboek. De begrippen die tot de kernstof behoren en die ook in de toets terugkomen, worden met een animatie en gesproken tekst visueel en auditief toegelicht. Met het onderdeel 'Test jezelf' gaan de leerlingen na of ze de stof voldoende onder de knie hebben om de klassikale toets te maken.
Op de cd-rom staan verder video-opnamen van iemand die proeven uitvoert. Dit is bedoeld voor het geval het de leerkracht niet lukt om een proef zelf uit te voeren. Ook van de proefjes die in de kijkles (= doeles) door de leerlingen uitgevoerd moeten worden kan, bij gebrek aan tijd of middelen, een video-opname getoond worden van een leerling die de proefjes uitvoert.
Bij de methode is ook software voor het digitaal schoolbord verkrijgbaar. De software bevat de leerlingenboeken, de werkschriften en de toetsen. Bij de opdrachten en de toetsopgaven kunnen de juiste antwoorden getoond worden. Foto's kunnen vergroot worden. Filmpjes en begripsanimaties zijn van audio voorzien. Ook vanuit de begrippenlijst kunnen de begripsanimaties gestart worden.

 



Aansluiting/afstemming en implementatie

Terug naar boven ↑

Er zijn twee nummers van het Kennisgebieden Service Bulletin verschenen. Het bulletin is bedoeld voor gebruikers van de methodes: NatuNiek, Speurtocht en/of De Blauwe planeet. Deze drie methodes, voor natuur/techniek, geschiedenis en aardrijkskunde, zijn onderwijskundig en organisatorisch gelijk aan elkaar. De handleidingen en de software hebben dezelfde opbouw. De methodes zijn naast elkaar in te zetten maar ook apart te gebruiken.
Vanwege de achtergrond van diverse scholen is er voor gekozen het thema 'seksualiteit' niet in de methode op te nemen.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor beschrijving geraadpleegde materialen

Deze beschrijving is gemaakt op basis van alle materialen van groep 3 tot en met 8.

Naam/functie van de beschrijver

Christine Volkering/José Lodeweges

Datum afronding beschrijving

8-12-2008

Ervaring

Hieronder vindt u één of meerdere ervaringen met dit leermiddel, beschreven door leraren. De ervaringen worden door SLO verzameld.

Meer weten of zelf een ervaring over dit leermiddel schrijven? Kijk op: http://www.slo.nl/organisatie/kenniscentrum/leermiddelenplein/ervaringen/



Ervaring: NatuNiek - methode voor natuur en techniek (groep 5)

Terug naar boven ↑



Samenvatting

Terug naar boven ↑

In de methode Natuniek staan in een schooljaar vier thema’s centraal. Dit zijn op zichzelf staande thema’s, die onafhankelijk van elkaar te gebruiken zijn. In de methode is een duidelijke lijn merkbaar. Zo worden er twee natuurthema’s en twee techniekthema’s aangeboden. Deze worden na twee jaar herhaald en uitgebreid. De acht lessen die per thema aangeboden worden, hebben veel variatie in de werkvormen: werk-, kijk-, proef- en projectlessen. De lessen zijn veelzijdig en gevarieerd, en gaan diep in op de vakinhoudelijke kennis. Deze vakinhoudelijke kennis sluit niet altijd aan bij de kennis, die de leerlingen al over het thema hebben. Dit omdat de leerstof er soms te diep op ingaat. De thema’s worden aangeboden vanuit levensechte en herkenbare vraagstellingen, waardoor het goed aansluit bij de belevingswereld van de leerlingen. De leerlingen herkennen de thema’s vanuit hun omgeving, en weten er al het een en ander over. In de lessen doen zij extra kennis op over het thema. De lessen geef ik meestal klassikaal, omdat de leerlingen nog vaak moeite hebben met de leerstof en het taalgebruik. In de lessen is er gelet op differentiatie. Zo worden er voor de ‘zwakkere taalleerlingen’ kopieerbladen aangeboden voor de woordenschat, en voor de ‘sterkere’ leerlingen worden er extra opdrachten aangeboden. Wel kunnen de extra opdrachten, de groene en de creatieve opdrachten, veel voorbereiding vragen voor de leerkracht. Bovendien is er binnen de lestijd meestal geen tijd voor deze extra opdrachten. Natuniek is gestructureerd en overzichtelijk opgebouwd. Bovendien biedt de methode de leerkracht hulp bij de uitvoering van de lessen. De methode Natuniek zetten wij op school ook in bij het oefenen van lezen, pre- teaching, werkstukken maken en woordenschat vergroten. Natuniek is dus een veelzijdige methode!



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Voor Natuniek hebben wij vanuit school 75 minuten gekregen voor het vak natuniek, dat valt onder Natuuronderwijs en GVO. Natuniek koppel ik in de klas vaak aan het thema, waarover ik al werk in de klas. Wanneer we bijv. werken over herfst, koppel ik het thema Leven eraan. In het thema Leven wordt gesproken over planten, planteneters en diereneters etc. Dit sluit goed aan bij het thema herfst. Het hele programma voer ik meestal uit in groep 5. Vorig jaar hadden we op school een speciaal techniek project voor de hele school. Iedere groep had een thema, waarin gewerkt moest worden. Dit was gebaseerd op de thema’s uit de boeken. Als afronding van het project is er een presentatieavond georganiseerd voor ouders, familie etc., waarbij de kinderen hun resultaat konden presenteren. Natuniek heeft vele leermiddelen die gebruikt worden. De leermiddelen die wij op basisschool De Singel gebruiken zijn het leerlingenboek, werkschrift, antwoordenboek, groepsmap en de handleiding. Bij de methode zit ook nog een Kwismeester, cd-rom en een website, over deze leermiddelen beschikken wij niet op school. Dit omdat deze leermiddelen nogal prijzig waren om aan te schaffen. Voor de kwismeester, cd-rom en de website moet er ook voldoende beschikking zijn over computers/ televisie.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

In de methode Natuniek staan 4 thema’s centraal in het hele schooljaar. Het zijn op zichzelf staande thema’s. Wel wordt er binnen één thema goed verband gelegd tussen de leerstof. De leerkracht besteedt hier aandacht aan, door bij de lessen uit te gaan van voorkennis activeren, de beleving te activeren, het oriënteren op het lezen van de tekst en een actieve luisterhouding te stimuleren. Bij de voorkennis activeren wordt de vorige les kort herhaald, dit is erg van belang om het verband aan te geven tussen de lessen. De teksten zijn goed van opbouw. De titel staat duidelijk bovenaan de les, en er wordt gewerkt met tussenkopjes. Ook staat er aan het begin van de les wat de leerlingen gaan leren en welke begrippen er aan bod komen. In de lessen komt ruim voldoende vakinhoudelijke informatie naar voren. In de methode is een duidelijke lijn merkbaar. Zo bestaat ieder thema uit 8 lessen. Les 1 en 3 zijn kijklessen, les 2 en 4 zijn werklessen. Les 5 is een proefles, en les 6 tot en met 8 zijn projectlessen. Deze opbouw komt in ieder thema naar voren. Bovendien is er ook een duidelijke lijn merkbaar in de thema’s. Dit doordat ieder jaar 2 natuurthema’s en 2 techniekthema’s aan de orde komen. Na twee leerjaren worden de thema’s herhaald en uitgebreid. De thema’s zijn onafhankelijk te gebruiken. Zij hebben geen verband met elkaar, waardoor het niet erg is af te wijken van de volgorde. De leerstof is veelzijdig en gevarieerd, maar gaat diep in op de vakinhoudelijke informatie. Deze moeilijke leerstof sluit niet altijd aan bij de kennis die de kinderen over het onderwerp hebben.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

De methode kent voor groep 5 tot en met 8 per week 1 les van vijftig minuten. De lessen zijn voor 32 weken met een minimale onderwijstijd van 27 uur en een maximale onderwijstijd van 35 uur. Wij hebben op school 75 minuten gerekend voor Natuniek per week. Soms is het lastig om de les binnen vijftig minuten af te hebben, door de proefjes/ filmpjes enz. De 75 minuten op ons programma, is genoeg voor de methode. Vorig jaar was het eerste jaar dat we de methode Natuniek gingen uitproberen. De school had geen cd-rom, kwismeester en website aangevraagd. We moesten de lessen geven zonder deze middelen, en kijken hoe dit zou verlopen en waar we tegen aan liepen. Veel van de introducties konden niet gedaan worden, omdat hierbij gebruik gemaakt moest worden van de cd-rom. Daar staan proefjes op die horen bij het thema. Om ervoor te zorgen dat de thema’s toch de kinderen zouden aanspreken, deed ik de proefjes soms zelf in de klas. Dit kost veel voorbereiding, omdat er veel materialen voor nodig zijn. Deze materialen zijn bij ons op school niet altijd aanwezig, en dienen dan zelf aangeschaft te worden. De handleiding biedt een goed hulpmiddel bij het geven van de lessen. Er staat duidelijk in beschreven welke materialen er nodig zijn, wat de voorbereidingen ervan zijn etc. Dit is erg overzichtelijk. Het nakijkwerk doe ik meestal klassikaal. Dit omdat wij geen extra antwoordenboeken in de klas hebben, maar één voor de leerkracht. Bovendien werkt het voor de kinderen goed om het werk klassikaal na te kijken. Zij zien dan zelf hoe ze de opdrachten gemaakt hebben, en er kan d.m.v. vragen nog extra gesproken worden over de tekst.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

Van de 8 lessen zijn er 3 leerkrachtgebonden lessen: 2 ervan zijn kijklessen, en 1 ervan is een projectles. Bij de overige lessen wordt er zelfstandig gewerkt, dit zijn werklessen en projectlessen voor de kinderen. Dit is echter niet de opbouw waar ik me aan houd. Ik lees alle lessen van 1 tot en met 5 met de kinderen. Zij lezen dit eerst zelfstandig, en daarna doen we dit klassikaal. Bij de klassikale bespreking, bespreek ik de moeilijke woorden en maak ik de tekst duidelijk door tekeningen/verhalen. Je ziet dat de leerlingen de leerstof dan goed gaan begrijpen, en daarna de opdrachten wel zelfstandig kunnen maken. Mijn functie bij de methode is vooral sturend, bij het lezen van de nieuwe lessen. Bij het maken van de opdrachten is mijn functie begeleidend, soms sturend wanneer we de opdrachten klassikaal maken. Ik vind niet dat de lessen leerkrachtonafhankelijk kunnen worden gegeven. Veel kinderen hebben nog moeite met de leerinhoud en de taal uit de methode. De werkvormen die vanuit de methode worden aangeboden zijn gevarieerd, ze bestaan uit: kijklessen, werklessen, toetsles en projectlessen. Bij de kijklessen en de werklessen kan er als extra gebruik worden gemaakt van proefjes en creatieve opdrachten. Deze creatieve opdrachten zijn echter niet in te passen binnen de kijk- of werklessen. Dit omdat we de lestijd nodig hebben om de les goed te lezen, te maken, te bespreken etc. Soms voer ik de creatieve opdrachten uit tijdens handvaardigheid. Deze opdrachten pas ik dan vaak nog aan, aan het thema waar we over werken in de klas. De opdrachten sluiten aan bij de leerstof. Wel zijn de opdrachten door de moeilijke leerstof en het taalgebruik nog erg moeilijk voor de kinderen. De vragen ‘leven’ daarom niet goed. Pas wanneer je het uitlegt en visueel maakt voor de kinderen, kunnen zij zich er een voorstelling bij maken. De methode heeft rekening gehouden met combinatiegroepen. Zo krijgt de ene klas eerst een leerkrachtgebonden les, en daarna een zelfstandige werkles. Vervolgens is het omgedraaid bij de andere groep, die beginnen de eerste les met een zelfstandig werkles, om de tweede les een leerkrachtgebonden les te krijgen. Zelf heb ik geen combinatiegroep, dus ik heb er geen ervaring mee. Ik zou zelf niet graag deze lessen geven in een combinatiegroep. Dit omdat ik vind dat de leerkracht een veel actievere rol heeft, dan beschreven staat in de methode. Bovendien vind ik dat het zelfstandig werken, nog te moeilijk is voor de kinderen. Ook wanneer ze in tweetallen samenwerken, kunnen de leerlingen nog moeite hebben met het maken van de opdrachten.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

De leerlingen uit mijn klas werken soms een les zelfstandig uit. Dit doen we echter wel nadat we klassikaal de leerstof hebben besproken. Ik heb dan al veel leerstof uitgelegd en duidelijk gemaakt, waardoor zij deze kennis en vaardigheden kunnen gebruiken bij het zelfstandig verwerken. Wel vind ik dat de taal die gebruikt wordt in de methode te moeilijk is. Niet alleen voor taalzwakkere leerlingen is de taal een probleem, maar vaak voor de hele klas. Mijn klas kan erg goed zelfstandig werken, maar wanneer we Natuniek zelfstandig gaan maken hebben veel kinderen moeite met de vraagstelling. Zij weten niet wat de bedoeling is, of wat er gevraagd wordt. Het leermiddel is erg gericht op het zelfstandig werken. Zo wordt er in het werkschrift van de leerlingen gewerkt met pictogrammen, zodat de leerlingen weten om wat voor opdracht het gaat: samenwerken, bekijk-‘t- maar- opdracht of een extra opdracht. Wanneer de kinderen het zelfstandig of in tweetallen gemaakt hebben, sluit ik vaak met de groep af door de les klassikaal na te kijken of te bespreken. In de handleiding staat dat de leerlingen zelf de opdrachten nakijken. Dit is bij ons echter niet mogelijk, omdat wij maar één antwoordenboek hebben. Bovendien geef ik de voorkeur aan klassikale bespreking. In de methode staat goed beschreven hoe je de les moet afsluiten.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

De methode biedt differentiatie in de leerstof:
- Keuzemogelijkheid: De leerlingen mogen uit drie projectlessen zelf kiezen welke zij willen doen.
- In het werkschrift staan extra opdrachten voor de leerlingen die snel klaar zijn.
- De taalzwakkere leerlingen krijgen, voor het thema begint, een kopieerblad met oefeningen voor lastige woorden.
- In het werkschrift zijn er verschillende soorten vragen, gericht op: kennis, vaardigheden en inzicht.
Op school differentiëren wij met Natuniek ook nog door de teksten te gebruiken bij de volgende dingen:
- Lezen. Voor de leesteksten van Natuniek in groep 5 geldt het AVI- leesniveau 5 t/m 7. Omdat nog niet alle kinderen in groep 5 op dit AVI niveau zitten, zijn dit goede teksten om te lezen. Deze worden dan onder begeleiding van de leerkracht of ouders gelezen. De teksten worden mee naar huis gegeven om te oefenen.
- Pre-teaching. De taalzwakkere leerlingen, krijgen pre-teaching voor de les. Zij zijn dan al bekend met de leerstof en de begrippen.
- De begrippen van Natuniek worden opgenomen in een schrift. De kinderen schrijven achter de woorden de betekenis. Hierdoor wordt hun woordenschat vergroot.
- De hoogbegaafde leerlingen kunnen nog na het zelfstandig werken, een muurkrant/ werkstuk maken over het onderwerp.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

In les 5 wordt er een toetsles gegeven. De kinderen kunnen hiervoor een kopieerblad mee naar huis krijgen, dat geleerd kan worden. Het kopieerblad is een korte samenvatting van de lessen, met daarin de begrippen. We geven de kinderen een week om te leren, waarna een schriftelijke toets volgt. Deze toets wordt beoordeeld door de leerkracht. Ook de projectlessen worden beoordeeld. Dit met behulp van een beoordelingsformulier uit de map, zij kunnen daarbij een onvoldoende (O), voldoende (V), goed (G) scoren. De projectlessen beoordeel ik niet altijd, omdat ik niet na iedere les een projectles uitvoer met de klas. Soms kijken we een video die bij het thema hoort. De toetsen beoordeel ik wel. Wij werken echter op school niet met o, v en g, maar met cijfers. Om tot een toetscijfer te komen gebruiken we de norm van 70%. We kijken hoeveel van de vragen de leerling fout heeft en met de 70 % norm, stellen we het cijfer vast. Bij het beoordelen valt het op, dat de kinderen vaak voldoendes halen, en dat zij zich de leerstof eigen hebben gemaakt. Wel komt er vaak naar voren dat de kinderen tijdens de toets hulp vragen wat zij bij de opdracht moeten doen, wat de vraag is of hoe zij het moeten invullen. Ik lees vaak de toets voor aan de klas, zodat zij weten wat er bij iedere opdracht moet gebeuren. Dit echter zonder begrippen/uitleg te geven. Het is moeilijk om te onderscheiden of de kinderen het begrepen hebben of niet. Sommige taalzwakke leerlingen hebben moeite met de taal, en daardoor met de toets.



ICT

Terug naar boven ↑

ICT is een geïntegreerd leermiddel in deze methode. Zo wordt er gewerkt met een cd-rom en een website. In de klas gebruik ik geen website en cd-rom. De website is wel leuk, maar we hebben maar 3 computers in de klas. Deze zetten we meer in voor remediërende dingen voor rekenen, spelling etc. Er is dan weinig tot geen tijd om de kinderen nog achter de computer te zetten voor Natuniek. Wel krijgen we op school binnen nu en een maand een digitaal schoolbord. Hierdoor wordt het makkelijker om de filmpjes aan alle kinderen te laten zien en worden de lessen aantrekkelijker.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

Natuniek is een goede keuze voor De Singel. Dit omdat wij meerdere methoden hebben die uitgaan van de ervaringswereld van de kinderen en omgevingsgericht zijn. Er worden situaties/ voorbeelden gebruikt uit de directe omgeving van de kinderen. Er is bovendien veel ICT in de methode en daar willen wij op school ook meer mee gaan werken d.m.v. computers/ digitale borden. Bij Natuniek hoort een goed toets- en evaluatiesysteem. Wij registeren van alle vakken altijd de toetsgegevens.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

Het leermiddel sluit in de klas niet altijd aan bij het cognitieve niveau van de leerlingen. Veel leerlingen hebben moeite met het zelfstandig begrijpen van de leerstof. Dit komt deels ook door het taalgebruik en de vakinhoudelijke kennis. Wanneer de lessen klassikaal gelezen worden, snappen de kinderen na uitleg, voorbeelden en tekeningen de leerstof wel en spreekt de leerstof hen ook aan. Het leermiddel heeft teksten van AVI 5 t/m 7. Dit komt overeen met het AVI waarin de kinderen lezen. Van de thema’s die aangeboden worden in groep 5, spreekt het thema leven en het thema zintuigen de kinderen het meest aan. Deze thema’s sluiten goed aan bij de belevingswereld van de kinderen omdat zij zelf al veel bezig zijn met hun zintuigen en de planten/dieren om zich heen. De thema’s worden aangeboden met herkenbare voorbeelden en situaties uit de belevingswereld van de kinderen. Soms kunnen de leerlingen nog moeite hebben met het zich inbeelden van de situatie die genoemd wordt. Wanneer we in de klas er klassikaal over praten, zie je dat het voorbeeld/ situatie meer gaat leven bij de kinderen en dat zij het zelf ook wel eens hebben gezien/ meegemaakt of hebben gehoord.



Feedback

Terug naar boven ↑

Collega’s
Pluspunten: - duidelijke uitleg - goede voorbeelden - mooie plaatjes - goed taalgebruik - leuke opdrachten in het werkboek, leuke plaatjes.
Aandachtspunten: - moeilijk taalgebruik - veel spullen nodig voor proefjes - soms te lange lessen - sommige teksten zijn erg lang - vergt veel organisatie, veel spullen aanschaffen voor de proefjes.
Leerlingen
Pluspunten - leuke proefjes - leuke opdrachten uit het werkboek - leuke leerstof - ‘ praat over dingen waar je meestal niet over praat’ - leuk om de teksten te gebruiken bij pre- teaching.
Aandachtspunten - klassikaal nakijken (er is maar 1 antwoordenboek in onze klas) - moeilijke opdrachten (moeilijke vraagstelling) - meer samenwerken met klasgenoten.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Alle materialen van groep 5. Met uitzondering van de kwismeester en cd-rom.

Naam/functie evaluator

Jessica van Ekelenburg, leerkracht PO

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 5

Datum afronding ervaring

23-11-2008

Ervaring: NatuNiek - methode voor natuur en techniek (groep 8)

Terug naar boven ↑



Samenvatting

Terug naar boven ↑

Deze samenvatting geeft mijn evaluatie van de methode Natuniek in het kort weer. Ikzelf heb positieve ervaringen opgedaan met het leermiddel. Het ziet er aantrekkelijk uit, behandelt onderwerpen uit de belevingswereld van de leerlingen, daagt kinderen uit mee te denken en mee te doen. De methode vraagt inzicht, werkt mee aan samenwerking tussen de leerlingen. Hoewel er best moeilijke begrippen behandeld worden, komen de meeste leerlingen er goed uit, doordat de zaken goed verklaard worden. Het doen van proefjes en de projectlessen zorgen ervoor, dat kinderen ervaringsgewijs het geleerde toe gaan passen. Binnen mijn school mis ik nog wel het werken met de Cd-rom en de DVD. Nog een positief punt is dat de methode voor zelfstandig werken aangeboden kan worden. Zelfs in een combinatieklas is hij goed te gebruiken. Ik zie enthousiasme bij de leerlingen en de resultaten van de toetsen zijn over het algemeen ook voldoende. Ik vind het fijn dat het leermiddel veel hulpmiddelen aanbiedt om de leerweg te ondersteunen. Als leek in techniek kan ik toch goed overweg met de lessen techniek die aangeboden worden.



Context waarbinnen het leermiddel gebruikt is

Terug naar boven ↑

Op mijn school heeft een werkgroep allerlei natuurmethodes bekeken, hieruit is Natuniek gekozen. Natuniek is op mijn school binnen het rooster ingepland als een apart vak, ‘natuuronderwijs en GVO’. Per week wordt een uur les gegeven uit de methode. Het wordt gegeven in de groepen 3 t/m 8. In de klas gebruiken we de handleiding, het tekstboek, het werkboek en de losse bladen uit de kopieermap. Alle thema’s worden behandeld, dus de aangeboden lesstof wordt gedurende het hele schooljaar gedaan. Tijdens het werken met de methode wordt ook gebruik gemaakt van andere leermiddelen, zoals een digitaal schoolbord, waarop bijv. filmpjes van Beeldbank bekeken worden, platen over bepaalde onderwerpen die op mijn school aanwezig zijn, informatieboeken/encyclopedieën. Ook de internetsite www.natuniek.nl wordt gebruikt.



Leerstofinhoud en -ordening

Terug naar boven ↑

Structureel begint elke les met een apart kader, dat aangegeven is in een andere kleur (blauw) dan de rest van de tekst. Hierin wordt verteld wat de leerlingen gaan leren en de belangrijke begrippen hierbij. Ook worden er vanaf groep 4 klassikaal vaardigheden aangeleerd die de leerlingen nodig hebben bij de projecten uit de methode. Hoe hoger de groep, hoe complexer en gevarieerder de onderzoeken en presentatievormen. Door de vaste structuur in de lessen, ondersteunt dit het leerproces. Als extra bestaat er een ‘Kwismeester’. Dit boek geeft de mogelijkheid om leerlingen extra te laten oefenen met de lesstof/leerstof door middel van het stellen van vragen. Ze kunnen elkaar overhoren, op een speelse manier. Op mijn school is dit nog niet aangeschaft, net zoals de Cd-rom en de DVD. We wilden eerst werken met de methode, evalueren en hierna kijken wat we verder gaan aanschaffen. Er is een goede afstemming tussen de leerlijnen te zien. De stappen van de leerlijnen zijn goed te overzien doordat de opbouw van de leerlijnen structureel terugkomt. De teksten in de methode zijn opgebouwd uit korte teksten, voorzien van een eigen kopje. Het geeft beknopt de belangrijkste informatie weer. Ik merk in de groep dat er eigenlijk na elke tekst wel behoefte is om over door te praten, wat ik erg goed aan de methode vind. Kinderen worden dus uitgedaagd mee te denken. Ook is er een apart kader waarin een ‘Weetje’ beschreven staat. Op de rechterbladzijde wordt altijd via een tekening of foto een verduidelijking gegeven met korte beschrijving van waar het in de teksten over gaat. Wat ik erg fijn vind, is dat de teksten niet lang/ langdradig zijn en dat er ook voldoende plaats is gemaakt voor plaatmateriaal. Vakinhoudelijke informatie: Elk thema geeft kort weer waar het over gaat, met hierin wat achtergrondinformatie. Per les wordt ook het één en ander beschreven. Het is aan de leerkracht om nog meer informatie te verzamelen. Vaak is dit wel het geval, zodat de leerkracht zich meer moet verdiepen in de stof. Er is zeker een doorgaande lijn, de methode is concentrisch opgebouwd, waarbij de thema’s cyclisch terugkomen. Wat in groep 4 behandeld wordt, komt terug in groep 6 en groep 8. Wat in groep 3 behandeld wordt, komt terug in groep 5 en groep 7. Hoe ouder de leerlingen, hoe abstracter de onderwerpen worden binnen het thema. Je kunt de hoofdstukken (thema’s) los van elkaar gebruiken. Op mijn school hebben we bijvoorbeeld vorig jaar een techniekproject gedraaid. We hebben toen de lessen over techniek uit de methode gedaan, los van andere thema’s. Er zit veel variatie in de leerstof. Zeker als je ook gebruik maakt van de Cd-rom en de Kwismeester. Wat ik erg fijn vind, is het duidelijk maken met behulp van plaatjes/tekeningen, waardoor het voor kinderen die moeite hebben met het onthouden van teksten, makkelijker wordt. Omdat het een nieuwe methode is, is er zeker aandacht besteed aan recente vakinhoudelijke ontwikkelingen. Wat ik al erg fijn vind, is dat er niet meer over guldens gesproken wordt, maar over euro’s! Het feit dat techniek behandeld wordt, is een vooruitgang. De methode is erg van ‘nu’, buiten de lessen over het menselijk lichaam, wordt er vooral aandacht besteed aan de moderne ontwikkelingen.



Planning en tijdsinvestering

Terug naar boven ↑

Per week is er 1 uur ingepland om een deel van het thema te behandelen. Dit wil zeggen dat er per keer 1 les behandeld wordt. De uitgever van de methode gaat uit van 50 minuten plus 2x 10 minuten voor de extra opdrachten. Er zijn in totaal 32 lessen. Deze zijn prima in te plannen over het schooljaar. De hulpmiddelen die Natuniek biedt, zijn op onze school nog niet aangeschaft. Wel maak ik gebruik van de proefjes die beschreven staan. Als leerkracht ben je een gemiddelde hoeveelheid tijd kwijt voor het voor- en nawerk. Dit is erg persoonlijk denk ik, het ligt aan de organisatievorm en in hoeverre je de stof wilt uitdiepen. En ook of je de les klassikaal wilt doen, waarbij iedereen op dezelfde tijd klaar is, of zelfstandig laat werken.



Didactiek (instructie en werkvormen)

Terug naar boven ↑

De methode leent zich uitstekend voor verschillende didactische manieren van aanpak. In principe hanteer ik de aanpak die de methode aangeeft, zoals deze in de handleiding staat. De handleiding is zo duidelijk, dat je deze letterlijk kunt volgen. Samenwerken wordt aangemoedigd, te meer omdat elke eerste opdracht in het werkboek begint met een opdracht die samen gedaan moet worden. De sfeer in de groep kan bepalend zijn voor de didactische aanpak. Wanneer ik merk dat er veel ervaringen, vragen, gesprekken ontstaan over een bepaald thema, wijk ik af van de aanpak en ga ik hier dieper op in. De opdrachten die in de les gemaakt moeten worden, laat ik dan zelfstandig maken in een ‘weektaak’. Hier leent de methode zich goed voor. Als leerkracht zie ik mezelf vooral als sturend. In het begin van de les ben ik vaak aan het woord, maar door de teksten uit het boek en de gesprekken die ontstaan, treed ik meer op de achtergrond en stuur ik bij waar nodig, om afdwaling te voorkomen. Er wordt veel in tweetallen gewerkt tijdens de verwerking. Variatie in werkvormen: Het werkboek heeft steeds eenzelfde opzet, hoewel de vraagstelling wel varieert, van het formuleren van antwoorden op open vragen, tot het aankruisen van een goed antwoord, eigen meningvragen, inzichtvragen. Het doen van proefjes ondersteunt de variatie ook. De verhouding opdrachten-leerstof is voldoende, hoewel mijn ervaring is dat 35 minuten voor verwerking ruim is. De meeste leerlingen zijn dan al klaar. De extra opdrachten bieden hiervoor uitkomst en ook de computer. Door de variatie in de opdrachten vind ik ze zeker zinvol. Het is niet alleen even opzoeken in het tekstboek en ik weet het antwoord, maar zeker ook discussiëren met elkaar en je kennis gebruiken. De methode is goed toepasbaar in combinatiegroepen, doordat er een afwisseling is in een leerkrachtgebonden en een zelfstandige les. Zelfs binnen een les is er ruimte voor aandachtafwisseling.



Zelfstandig werken

Terug naar boven ↑

Mijn ervaringen: De leerlingen bleven goed aan het werk, de vraagstellingen daagden ze uit om met elkaar te overleggen, het tekstboek werd goed gebruikt voor informatie. Toch blijf ik het leuker vinden om de lessen klassikaal te doen, voor het grootste gedeelte. Tijdens een les gaan er veel vingers de lucht in van leerlingen die vragen hebben over het onderwerp of er hun eigen ervaringen over willen vertellen. Bij een zelfstandige les kan dit niet, en zal er na het werken extra tijd ingepland moeten worden voor dit vraaggedeelte. Ook vind ik dat het onderwerp door alle verhalen van de leerlingen extra uitgediept wordt, waardoor de verwerking duidelijker wordt. Bij het zelfstandig werken geef ik wel tussentijdse ondersteuning. Ik merk dat dit vooral nodig is bij de open vragen, of vragen waarbij een aantal voorbeelden gegeven moeten worden en de inzichtvragen. Klassikale afsluiting: De methode gaat altijd uit van een afsluiting. Dit kan zijn het bespreken van opdrachten of een nagesprek over het onderwerp. Er is vanuit de methode 5 minuten tijd voor ingepland. Er bestaat een antwoordenboek, waardoor leerlingen zelf hun werk na kunnen kijken. Ik vind dat de methode de leerlingen genoeg houvast biedt om verder te kunnen gaan.



Differentiatie

Terug naar boven ↑

Preteaching: ik heb een anderstalig kind in de groep, zij krijgt voor de les al een keer de tekst te lezen, zodat er een herkenning is. De teksten zijn van een vrij hoog taalniveau, waardoor zwakke lezers extra begeleiding nodig kunnen hebben. De teksten zijn niet lang, er staan wel moeilijke woorden in. Er zijn woordenschatbladen, waarin deze moeilijke woorden verklaard worden. Voor differentiatie naar boven toe maak ik gebruik van de extra opdrachten en de website, of het zoeken op het internet naar meer informatie over het onderwerp. Wat ik nog niet gedaan heb, maar wel van plan ben om te gaan doen, is het doen van de projectlessen tijdens de reguliere lessen, voor de sterke leerlingen. De Cd-rom, de Kwismeester en de website geven nog eens extra ondersteuning. In de methode zijn er ook ‘tipbladen’. Zowel voor de leerkracht als de leerling staan hier tips in hoe je dingen kunt vragen en doen.



Evaluatie (toetsing)

Terug naar boven ↑

Het gemaakte werk wordt nagekeken. Bij een volgende les wordt de voorkennis geactiveerd door vragen te stellen over de vorige les. De tipbladen uit de methode kunnen hierbij goed gebruikt worden. De leerlingen van groep 8 op mijn school krijgen de samenvatting en het woordenschatblad mee naar huis om te leren. De leeropbrengst wordt afgetoetst, gebruik makend van de toetsen uit de methode. Ook worden de projecten gedaan en geëvalueerd. Ik maak gebruik van de registratieformulieren van de toetsen en de beoordelingsformulieren van de projecten. Op mijn school is er een normering vastgesteld voor kennisvakken, een 70%-regeling. Deze pas ik ook toe in de normering van de natuurtoetsen. Remediëring kan ik niet echt vinden in de methode, herhaling kan hier wel voor gebruikt worden. Het leerrendement is naar mijn inzicht goed. Ik denk dat je dit vooral kunt zien, wanneer het thema een vervolg krijgt, dan zie je veel van het geleerde van het vorige thema terug en weten kinderen hier nog veel over te vertellen. Wat me opvalt, is het enthousiasme, eigen ervaringen, het ‘oh, zit dat zo’-gevoel bij de leerlingen. Dit helpt mee aan een goed leerrendement. In de toetsen worden vragen gesteld die leerlingen letterlijk uit de samenvattingen kunnen halen, maar ook inzichtvragen. En hier zie je een duidelijk verschil. Dan valt gelijk op wie het snapt en wie niet.



ICT

Terug naar boven ↑

Op dit moment is ICT nog een additioneel onderdeel van het leermiddel bij mij op school. Er worden op dit moment digitale schoolborden ingevoerd, waardoor ICT een onmisbaar onderdeel gaat worden. De Cd-rom zal worden aangeschaft, wat verdieping kan geven. Op dit moment gebruik ik in de groep wel zoekprogramma’s op het internet (bijv. Google, Davindi) en we hebben een programma op Yurls.nl waar veel links op staan. Helaas kan ik (nog) niets vertellen over de mogelijkheden die het leermiddel aanbiedt wat betreft ICT, aan zowel leerlingen als leerkracht.



Aansluiting bij identiteit/signatuur school

Terug naar boven ↑

Bij het kiezen van de methode is gekeken naar een aantal dingen. Eerst is gekeken of de kerndoelen voor natuuronderwijs worden behandeld. Er is ook vooral gekeken naar het gedeelte techniek. Omdat techniek een verplicht vak gaat worden, besteden we hier veel aandacht aan. Natuniek is een methode waarin natuur en techniek verweven zijn. Hierdoor werd het erg interessant om de methode aan te schaffen. Het taalniveau van de teksten is vrij hoog, wat wij zien als uitdaging voor de kinderen, zodat ze hun best doen om alles te snappen. Ik werk op een openbare school, waardoor niet gekeken is of de methode past in een bepaalde geloofsovertuiging.



Niveau leerling

Terug naar boven ↑

Ik vind Natuniek zeker aansluiten bij het cognitieve niveau van de leerlingen. Natuurlijk zijn hier altijd uitzonderingen op, maar over het algemeen beschikken de leerlingen over het vermogen om van de methode te leren. De leerlingen worden uitgedaagd mee te denken en te doen, ze kunnen aan het eind van een thema veel vertellen over de lessen die ze gehad hebben. Ze kunnen in de vorm van een eigen verhaal aardig goed weergeven wat de belangrijkste punten zijn van het onderwerp. Het taalgebruik en lay-out: Doordat de lay-out er aantrekkelijk uitziet, mede door verschillende kleuren en lettertypes, wordt het aantrekkelijk voor kinderen om het te gaan lezen. Het taalgebruik sluit aan bij het niveau van de kinderen. Het taal-leesniveau: Het leesniveau is goed, natuurlijk uitzonderingen daargelaten (ik heb een dyslect in de groep, zij krijgt de teksten al van tevoren te lezen). Het taalniveau is vrij hoog, een bewuste keuze bij de aanschaf van de methode (zie onderdeel I). Goede aansluiting bij de belevingswereld van de leerlingen. De onderwerpen die behandeld worden, zijn herkenbaar voor de kinderen. Ik ben nu net klaar met thema 2, dit gaat over de techniek in apparaten. We keken naar pinautomaten, snoepautomaten, lege flessenautomaten, sensoren in kranen, Wc's, douches…..allemaal apparaten waarmee kinderen bijna dagelijks in aanraking komen! En thema’s over je eigen lijf spreken ook erg aan.



Feedback

Terug naar boven ↑

Bij peiling onder de leerlingen over het werken met natuniek, kwam het volgende naar voren: - Ze vinden het tekstboek er erg leuk uitzien, met al die verschillende hippe letters. Ook de plaatjes zijn fijn, en de teksten zijn precies goed zo, niet te lang. De teksten zijn niet moeilijk om te lezen en te begrijpen. Af en toe wel verwarrend, want er staat op de hele bladzijde overal tekst, waardoor het soms onoverzichtelijk is. Je weet niet precies de volgorde van het lezen. - Er wordt in het boek goed uitleg gegeven over het onderwerp. - Het ene onderwerp is leuker dan het andere. - Het werkboek: jammer dat hier niet meer kleuren in staan. - Leuk dat we vaak mogen samenwerken. - De opdrachten zijn makkelijk! - De lessen waarin proefjes gedaan worden vinden we het leukste. - De toetsen zijn af en toe best moeilijk. - Het boek heeft een lekkere groene kleur, dat is mooi! - Raar dat er natuurdingen en techniekdingen bij elkaar in een boek staan. Collega’s vinden het over het algemeen ook een fijne methode om mee te werken. Wat ik wel hoor, is dat het af en toe best veel voorbereiden is, vooral voor een praktijkles. Het werken met de kopieermap gaat goed, maar kan wel leiden tot het kwijtraken van bladen. Jammer dat we nog niet werken met de Cd-rom en DVD. De tekstboeken zijn duidelijk, de werkboeken ook. Formaat van het werkboek af en toe lastig, best groot om op te bergen. Lettertype- en grootte is goed, behalve van de ‘weetjes’. Door de kleur van de handleiding en de map is deze heel herkenbaar in een kast vol andere methodes.



Algemene informatie

Terug naar boven ↑



Voor 'Ervaring' geraadpleegde/gebruikte materialen

Alle materialen van groep 8. Met uitzondering van de kwismeester en cd-rom.

Naam/functie evaluator

Daniëlle van Deventer, leerkracht groep 8

Schooltype-groep/leerjaar

PO groep 8

Datum afronding ervaring

25-11-08

Analyse

Hieronder vindt u één of meerdere analyses van dit leermiddel, uitgevoerd door leerplanontwikkelaars van SLO.

Meer weten? Kijk op: http://www.slo.nl/organisatie/kenniscentrum/leermiddelenplein/longlist/



Analyse methodes PO (kerndoelen en didactiek): Methodeanalyse NatuNiek

Terug naar boven ↑



Toelichting

Terug naar boven ↑

SLO heeft als taak een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het onderwijs door scholen te informeren over de voor primair onderwijs beschikbare methoden. SLO heeft daarom enkele projecten uitgevoerd waarin zij analyses en beschrijvingen van methoden maakten. De methoden zijn geanalyseerd op kerndoelen (herziening 2006) en didactiek. Aan de hand van een aantal vragen wordt per methode beschrijvende informatie gegeven over hoe deze aspecten in de methode terug te vinden zijn. Daarnaast wordt de informatie beknopt in tabellen weergegeven. Scholen kunnen de informatie gebruiken bij het kiezen van een methode die het beste bij hun school past.

Methodeanalyse NatuNiek

 



Laat uw reactie en/of beoordeling achter:



CAPTCHA image sould be here




Verstuur

Beoordeling:



Vandaag