In opdracht van SLO is door de Vereniging van Educatieve Auteurs in samenwerking met GoversVanZoestAdvocaten te Amsrerdam door middel van 20 vragen en antwoorden inzicht gegeven in de belangrijkste vraagstukken rond copyrights. Voor het beantwoorden van de vragen is gebruik gemaakt van de volgende wetteksten.
1. Voor één van mijn lessen wil ik voor mijn 50 leerlingen enkele kopieën maken uit een lesboek. De kopieën worden opgenomen in een lesbrief. Het leerboek is nog in de winkel verkrijgbaar. Mag dat?
In het geval van een reader en bijvoorbeeld een lesbrief geldt in het algemeen dat u niet zomaar bestaand materiaal mag kopiëren, tenzij:
Meer informatie:
In de Auteurswet 1912 (Aw) is een speciale regeling opgenomen voor het overnemen van gedeelten van werken in publicaties die zijn gemaakt om te worden gebruikt als toelichting bij het onderwijs: de zogenaamde ‘onderwijsexceptie’ (art. 16 Aw). Deze onderwijs exceptie houdt in dat het overnemen van tekstgedeelten (in bijvoorbeeld een reader) is toegestaan, mits:
In beginsel is geen toestemming vereist voor het overnemen van korte tekstgedeelten in een reader, bedoeld als toelichting op het onderwijs, mits een billijke vergoeding wordt betaald. Met ‘als toelichting bij het onderwijs’ wordt bedoeld dat het overgenomene een aanvullende bestemming moet hebben, en dus niet het reguliere onderwijsmateriaal mag vervangen.
Wanneer toestemming vooraf ontbreekt (wanneer geen melding vooraf is gedaan) wordt er een hoger ‘inbreuktarief’ vastgesteld.
De vergoeding kan worden voldaan aan de Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO). De Stichting PRO is opgericht door het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) om de collectieve administratie te verzorgen van auteursrechten voor uitgevers. Uitgeversorganisaties hebben met overkoepelende onderwijsorganisaties afgesproken hoeveel er precies zonder toestemming mag worden overgenomen, wat dat kost en hoe het gebruik moet worden gemeld en gecontroleerd.
De Auteurswet bepaalt niet wat een kort gedeelte van een werk is. De voorwaarden van de Stichting PRO laten toe dat maximaal 10.000 woorden worden overgenomen uit niet-literaire boeken en maximaal 8.000 woorden worden overgenomen uit een tijdschrift, een dagblad of een ander periodiek (art. 2 Standaardvoorwaarden PRO, weblink Standaardvoorwaarden PRO). De tarieven staan vermeld in de standaardvoorwaarden van de Stichting PRO
De Stichting PRO onderscheidt in haar tariefstelling niet-commerciële onderwijs¬instellingen en commerciële onderwijsinstellingen en hanteert verschillende tarieven afhankelijk van het moment waarop de melding van het gebruik van het materiaal wordt gedaan. Wilt u een niet-kort tekstgedeelte overnemen in een onderwijspublicatie, vraag dan altijd vooraf toestemming aan de auteursrechthebbende(n).
2. Ik wil voor al mijn leerlingen één volledig hoofdstuk uit een schoolboek kopiëren. Dit hoofdstuk wil ik klassikaal behandelen. Ook de opdrachten uit het bijhorende werkboek wil ik kopiëren. Mag dit zonder meer?
In dit geval is er sprake van het maken van ‘losse’ fotokopien voor het onderwijs die niet gebundeld zijn zoals bijvoorbeeld in een reader Op grond van de reprorechtregeling is het onder meer aan onderwijsinstellingen toegestaan fotokopieën te maken voor intern gebruik ter aanvulling van de reguliere leerboeken, mits:
Meer informatie:
In dit geval is sprake van het maken van ‘losse’ fotokopieën voor het onderwijs, die dus niet worden gebundeld in bijvoorbeeld een reader. Voor de losse kopieën wordt de vergoeding aan Stichting Reprorecht vastgesteld volgens een percentage van het totaal kopieervolume per jaar maal het wettelijke tarief per kopie (dit is vastgelegd in de artikelen 16h-m Aw en uitgewerkt in het Reprobesluit.) Om nu te voorkomen dat de onderwijsinstelling twee keer betaalt voor dezelfde kopie (aan de Stichting PRO en aan de Stichting Reprorecht), wordt het aandeel van de readerkopieën verrekend in het percentage dat de Stichting Reprorecht hanteert voor berekening van de jaarlijkse afkoopsom.
De Auteurswet geeft geen definitie van het begrip ‘korte gedeelten’. De Stichting Reprorecht hanteert als definitie van een ‘kort gedeelte’ ongeveer 20 pagina’s (inclusief afbeeldingen).
De reprorechtregeling is nadrukkelijk slechts van toepassing op intern gebruik, zodat de gemaakte kopieën slechts mogen worden afgegeven aan uw collega’s of leerlingen of studenten (art. 16j Aw).
Voor de hoogte van de vergoeding wordt onderscheid gemaakt tussen wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke onderwijsinstellingen. De hoogte van de vergoeding bedraagt € 0,045 per kopie en € 0,011 per kopie voor gebruik in het niet-wetenschappelijk onderwijs.
Uw onderwijsinstelling dient jaarlijks aan de Stichting Reprorecht opgave te doen van het aantal gemaakte kopieën onder vermelding van de oorspronkelijke bron. Bij minder dan 50.000 gemaakte kopieën geldt geen specifieke opgaveplicht, alleen een betalingsplicht.De Stichting Reprorecht is met uitsluiting van andere organisaties belast met de inning en de verdeling van de reprorechtvergoeding. Stichting Reprorecht keert deze vergoedingen jaarlijks uit aan de uitgevers. De uitgevers dienen de helft van de vergoeding aan hun auteurs door te betalen.
Meer informatie over de Stichting Reprorecht kunt u vinden op de website www.cedar.nl/reprorecht
3. Ten behoeve van onze lesvoorbereidingen willen mijn collega’s en ik een oud leerboek aanschaffen. Het boek is echter niet meer verkrijgbaar en wordt ook niet meer herdrukt. Daarom willen wij het volledige werk kopiëren. Mag dat zonder meer?
Ja, dat mag. De Auteurswet staat toe dat een auteursrechtelijk beschermd werk wordt gekopieerd, mits dat dient tot ‘eigen oefening, studie of gebruik’ (art. 16b Aw). Het moet hierbij gaan om een klein gedeelte van het werk, tenzij het boek niet opnieuw zal worden uitgegeven of op andere manieren beschikbaar is voor het publiek. In dat geval mag een boek in zijn geheel gekopieerd worden. Er mogen slechts één of enkele exemplaren worden gekopieerd. Twijfel is mogelijk over de vraag of het kopiëren door de docent in dit voorbeeld daadwerkelijk kwalificeert als ten behoeve van eigen studie, oefening of gebruik.
Meer informatie:
Het gegeven dat een schoolboek uit de handel is genomen en niet meer verkrijgbaar is, betekent niet dat de auteursrechten vrijkomen en dat het maken van kopieën van dat werk vrij zou staan.
Als gezegd is twijfel mogelijk over de vraag of het kopiëren door de docent in dit voorbeeld daadwerkelijk kwalificeert als ten behoeve van eigen studie, oefening of gebruik. Het begrip privégebruik wordt tamelijk strikt uitgelegd. Gebruik door een onderwijsinstelling valt daar in elk geval niet onder. ‘Eigen oefening, studie of gebruik’ sluit direct of indirect commercieel gebruik uit. Het gaat om privégebruik van een natuurlijk persoon en verveelvoudigen ten behoeve van een derde is niet toegestaan. Het is denkbaar dat de docent uit het voorbeeld nog net onder de definitie van ‘eigen gebruik’ valt. Indien u absolute zekerheid wilt dat u het boek daadwerkelijk rechtmatig kopieert, omdat u twijfelt over of u wel kwalificeert voor ‘privégebruik’, kunt u onder de reprorechtregeling kopieën maken. Indien het daarbij gaat om onder meer een dag-, nieuws- of weekblad of een tijdschrift of boek, mag de verveelvoudiging slechts een klein gedeelte van het werk betreffen, tenzij het om een kort werk gaat. Dit geldt niet als het boek, zoals in het onderhavige geval, niet meer in de handel verkrijgbaar is en er geen nieuwe drukken meer te verwachten zijn. In een dergelijk geval mag het volledige boek worden gekopieerd (zie ook vraag 4).
4. Ten behoeve van mijn leerlingen willen wij een lesmethode gebruiken. Deze lesmethode is niet meer in de handel, en wordt ook niet meer herdrukt.
Daarom willen wij de methode voor onze leerlingen volledig kopiëren. Mag dat zonder meer?
Nee, dat mag niet zonder meer. Op de lesmethode rust (vermoedelijk nog) auteursrecht. Een kopie maken ten behoeve van uw leerlingen mag alleen als voor elke kopie een vergoeding wordt betaald aan Stichting Reprorecht én de kopieën niet de voorgeschreven of aanbevolen (reguliere) schoolboeken vervangen. Als het boek nog in de handel is, mag u slechts een kort gedeelte daaruit kopiëren. In dit geval is het boek niet meer in de handel en wordt het ook niet meer herdrukt, zodat u onder de reprorechtregeling het gehele boek mag kopiëren, onder betaling van een vergoeding aan Stichting Reprorecht.
Meer informatie:
De regeling van het reprorecht geldt in beginsel slechts voor korte gedeelten van een werk. Op grond van de reprorechtregeling is het onder meer aan onderwijsinstellingen toegestaan fotokopieën te maken voor intern gebruik ter aanvulling van de reguliere leerboeken, mits:
Voor alle duidelijkheid: het gaat uitsluitend over zogenaamd reprografisch verveelvoudigen, dat wil zeggen kopiëren van papier naar papier.
Dit geldt niet als het boek niet meer nieuw verkrijgbaar is en naar verwachting ook geen herdruk meer verschijnt, in welk geval een kopie van het gehele boek mag worden gemaakt (art. 16h lid 2 Aw).
5. Ik ga een lesmodule maken en wil hiervoor enkele kranten- en tijdschriftartikelen overnemen. Mag dat?
Ja, dat mag, met inachtneming van het volgende. Ook op kranten- en tijdschriftartikelen rust auteursrecht. U mag overnemen, indien het gaat om korte gedeelten van krantenartikelen of het gehele artikel indien het een kort artikel betreft, en aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Meer informatie:
In de Auteurswet 1912 (Aw) is een speciale regeling opgenomen voor het overnemen van gedeelten van werken in publicaties die zijn gemaakt om te worden gebruikt als toelichting bij het onderwijs: de zogenaamde ‘onderwijsexceptie’ (art. 16 Aw). In beginsel is geen toestemming vereist voor het overnemen van korte gedeelten van werken in een reader bedoeld als toelichting op het onderwijs, mits een billijke vergoeding wordt betaald. Deze billijke vergoeding kan worden voldaan aan de Stichting PRO. Zie ook de toelichting bij vraag 1.
De Auteurswet bepaalt niet wat een kort gedeelte van een werk is of wat een kort werk is. De voorwaarden van de Stichting PRO laten toe dat maximaal 10.000 woorden worden overgenomen uit niet-literaire boeken en maximaal 8.000 woorden worden overgenomen uit een tijdschrift, een dagblad of een ander periodiek.
6. Ik schrijf momenteel een eigen lespakket, en gebruik hiervoor bestaande schoolboeken als bronmateriaal. Het materiaal uit deze boeken bewerk ik naar eigen inzicht. Mag dat zonder meer?
Nee, het bewerken van andermans teksten mag niet zonder meer. Alternatief is om een kort gedeelte van de oorspronkelijke tekst in uw werk te citeren.
Meer informatie:
Het bewerken van andermans teksten valt in beginsel onder het verbodsrecht van de auteur (art. 13 Aw). Alleen wanneer u daadwerkelijk een nieuw, oorspronkelijk werk maakt, is artikel 13 Aw niet van toepassing. Indien echter geen sprake is van een nieuw, oorspronkelijk werk en de (auteursrechtelijk beschermde) trekken van het werk waaruit u overneemt terugkomen in uw tekst, is er naar alle waarschijnlijkheid sprake van inbreuk op de auteursrechten op dat oorspronkelijke werk. In dat geval is het aan te bevelen op correcte wijze uit het oorspronkelijke werk te citeren, maar voor het overige uw geheel eigen, oorspronkelijke lesmodule te schrijven.
Op grond van artikel 15a Aw is citeren onder voorwaarden toegestaan, mits:
De wet geeft geen regels omtrent de toelaatbare omvang van de geciteerde gedeelten. Uit een arrest van de Hoge Raad kunnen wel aanwijzingen worden afgeleid omtrent de grens van het toelaatbare citaat. Naar het oordeel van de Hoge Raad mag opnemen van het citaat niet wezenlijk afbreuk doen aan de door het auteursrecht beschermde belangen van de rechthebbende ter zake van de exploitatie van het betreffende werk. Verder moet het citaat een zodanig ondergeschikt onderdeel vormen dat de door de opneming in de tekst tot stand gebrachte verveelvoudiging redelijkerwijs niet meer als een vorm van exploitatie van het werk kan worden beschouwd. Het gaat daarom om vereisten van functionaliteit en proportionaliteit die de toelaatbaarheid van het citeren bepalen.
Zeer korte werken en afbeeldingen mogen ook in hun geheel worden geciteerd, waarbij dezelfde vereisten van functionaliteit en proportionaliteit van toepassing zijn. Is er sprake van het overnemen van meer dan slechts een kort gedeelte, dan kunt u melding daarvan doen bij de Stichting PRO en een vergoeding aan deze Stichting afdragen, voor zover voor het overige is voldaan aan de voorwaarden van artikel 16 Aw (de onderwijsexceptie, zie vraag 1).
7. Ik werk momenteel aan digitaal lesmateriaal ten behoeve van onze eigen school. Voor dit materiaal verzamel ik materiaal uit andere (digitale) werken. Mag dat zonder meer?
Nee, dat mag niet zonder meer. Ook op digitaal werk rust auteursrecht. In de diverse wettelijke regelingen wordt geen onderscheid gemaakt naar de wijze waarop het oorspronkelijke materiaal is verspreid. Het maakt geen verschil of het gedrukt of digitaal materiaal betreft. Ook maakt het in beginsel geen verschil of het gaat om teksten, of om afbeeldingen.
Wel blijft van belang dat uw overname slechts mag dienen als toelichting bij het onderwijs, dus niet als illustratie of als vervanging van het reguliere onderwijsmateriaal. Daarbij dient bovendien te worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
Met Stichting PRO kan een regeling worden getroffen voor het gebruik ook in digitale vorm (art. 11.3 Standaardvoorwaarden PRO).
Wat betreft film, animaties en muziek kan met de Stichting PRO geen regeling worden getroffen. Voor dit soort werken dient dus wel vooraf toestemming van de auteursrechthebbende te worden verkregen.
Meer informatie:
De onderwijsexceptie van artikel 16 Aw omvat geen beperkingen ten aanzien van het soort werk dat wordt overgenomen. In de Standaardvoorwaarden van Stichting PRO is een speciale regeling getroffen voor digitaal hergebruik en de kosten die daar mee gemoeid zijn. Indien de onderwijsinstelling een mediumneutrale regeling wenst waarin ook de overname van korte gedeelten en korte werken in elektronische onderwijspublicaties wordt afgekocht, zal een toeslag van 20% in rekening worden gebracht. Ook het digitale gebruik van korte gedeelten in onderwijspublicaties zoals scannen en publicatie op intranet is hiermee geregeld. Een belangrijke voorwaarde voor digitaal gebruik is dat alleen gebruik in een besloten netwerk is toegestaan.
8. Ik heb zelf een lesmodule geschreven voor gebruik op onze school. Nu wil ik er afbeeldingen bij zetten. Ik heb diverse geschikte afbeeldingen gevonden. Mag ik deze afbeeldingen zonder meer gebruiken?
Nee, dat mag niet zonder meer. Afbeeldingen mogen alleen worden overgenomen als toelichting bij het onderwijs, dus niet als vervanging van het reguliere onderwijsmateriaal. Indien het gaat om overnemen zuiver ter illustratie is ook niet zonder meer voldaan aan het criterium van uitsluitend dienend als toelichting bij het onderwijs. Bij overnamen moet bovendien worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
Bij het overnemen van werken van beeldende en toegepaste kunst en van foto´s geldt dat deze in hun geheel mogen worden overgenomen, met de verplichting slechts enkele van zulke werken van dezelfde maker over te nemen.
Indien er geen auteursrecht meer zit op de afbeeldingen, mag u deze wel overnemen. Het auteursrecht verstrijkt in beginsel 70 jaar na de dood van de maker.
Meer informatie:
De rechtmatigheid van de openbaarmaking is lastig vast te stellen wanneer u uw afbeeldingen bijvoorbeeld via Google heeft gevonden. In geval van het overnemen van een afbeelding, kan daarvoor een regeling worden getroffen met de Stichting Pictoright. De Stichting Pictoright is de auteursrechtenorganisatie voor visuele makers (fotografen, illustratoren, vormgevers e.a.) in Nederland.
9. Ik heb een lesmodule gemaakt voor in de ELO van onze school. Op internet staat een filmpje dat ik bij deze lesmodule in de ELO wil plaatsen. Mag dit zonder meer?
Nee, dit mag niet. Wanneer u een film van het internet haalt en deze plaatst binnen de ELO van uw school, is toestemming van de rechthebbende vereist. Dit geldt ook voor overname van (fragmenten uit) films die in opdracht van film- en tv-studio’s zijn vervaardigd.
Meer informatie:
De onderwijsexceptie, de reprorechtregeling en de regeling voor het eigen gebruik zijn hier niet van toepassing, want:
Wellicht dat onder omstandigheden sprake kan zijn van een citaat (art. 15a Aw), omdat korte werken ook in hun geheel mogen worden geciteerd. Al te lichtvaardig kan hierover echter niet worden gedacht. Al snel is er niet meer sprake van een kort filmwerk, bovendien zal het opnemen van het filmwerk vaak dienen als verluchtiging of verfraaiing van de lesstof, in plaats van als vereiste ‘aankondiging, beoordeling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling of een uiting met een vergelijkbaar doel’.
Om vast te stellen of daadwerkelijk sprake is van een rechtmatig citaat, moet ook voldaan zijn aan de voorwaarde dat het werk waaruit wordt geciteerd daadwerkelijk rechtmatig openbaar is gemaakt. In geval van verkrijging via het internet is dit lastig of zelfs onmogelijk na te gaan.
Indien u fragmenten overneemt uit bestaande producties van film- en tv-studio’s publieke en commerciële omroepen, muziekuitgeverijen, film- en videodistributeurs, en binnen- en buitenlandse tv-producenten, dient u toestemming van de rechthebbenden te hebben. Mogelijk kunt u die verkrijgen via Stichting VIDEMA. http://www.videma.nl/
10. Bij één van de lesmethoden die wij op school gebruiken zit een cd-rom/dvd met mooie en toepasselijke films. Om deze films toegankelijk te maken voor alle leerlingen op onze school, willen wij deze films in een ELO hangen. Mag dat?
Nee, dat mag niet. Wanneer u zonder toestemming van de rechthebbende een film plaatst binnen de ELO van uw school, is daarvoor de toestemming van de rechthebbende vereist. De vindplaats van de film is niet relevant.
Meer informatie:
De onderwijsexceptie, de reprorechtregeling en de regeling voor het eigen gebruik zijn hier niet van toepassing, want:
Het gaat er hierbij om dat opnemen van het werk binnen een ELO onder het verbodsrecht van de auteursrechthebbenden valt. Het is dus mogelijk de rechthebbenden om toestemming te vragen.
11. Op onze school maken wij de leermiddelen voor alle vakken zelf. Nu moet ik toetsen maken waarmee ik de vorderingen van mijn eigen leerlingen kan toetsen. Zelf goede toetsvragen bedenken kan ik niet. Daarom wil ik een toets maken door vragen uit verschillende bestaande lesmethoden te gebruiken. Mag dat?
Aangezien u niet overneemt uit bestaand werk ter toelichting op het onderwijs, maar ter examinering, dient u toestemming te verkrijgen van de rechthebbenden. De onderwijsexceptie (art. 16 Aw) is hier niet van toepassing. Bij het verkrijgen van toestemming kan de Stichting PRO een bemiddelende rol vervullen.
12. Behalve docent ben ik ook educatief auteur. Uit een methode waaraan ik heb meegewerkt, heb ik enkele flinke passages gebruikt in een lesbrief die wij op school gebruiken. Hiervoor heb ik mijn uitgever om toestemming gevraagd. Die heb ik gekregen. Nu wil een collega van een andere school deze lesbrieven graag ongewijzigd verspreiden onder zijn eigen leerlingen. Mag dat?
Zelfs als de methode niet door een groep auteurs is geschreven maar uitsluitend door u, is het onwaarschijnlijk dat uitsluitend u als auteur kunt beslissen of uw collega op een andere school op dezelfde wijze de lesbrief mag gebruiken. Indien u uw auteursrecht overgedragen heeft aan de uitgever of als u de uitgever een licentie (een gebruiksrecht) heeft verstrekt kunt u aan derden geen licentie meer verstrekken. . Wanneer u toestemming heeft verkregen van de uitgever om het materiaal te gebruiken mag u deze toestemming niet ‘doorgeven’ aan een andere school. Deze school zal zelf toestemming moeten verkrijgen van de uitgever.
Meer informatie:
In geval van overdracht van het auteursrecht, gaat het auteursrecht daadwerkelijk over van het vermogen van de auteur naar dat van, bijvoorbeeld, een uitgever. Ingeval van een licentie wordt slechts een gebruiksrecht verleend door de auteur aan een uitgever, maar blijft het auteursrecht in het vermogen van de auteur. Wanneer een auteur zijn auteursrecht heeft overgedragen aan een uitgever heeft de auteur zelf geen zeggenschap meer over openbaarmaking en verveelvoudiging van zijn werk. Dat berust dan bij de uitgever. Doorgaans is het daarom voor een auteur gunstiger slechts een licentie aan de uitgever te verlenen in plaats van een overdracht aan de uitgever van de auteursrechten. Veel educatieve uitgaven worden door een auteursteam geschreven. Vaak komt de uitgever met de auteurs en de illustratoren overeen dat zij allen het auteursrecht overdragen. Wanneer de auteurs kiezen voor het verlenen van een exclusieve licentie geven zij toestemming voor de verschillende vormen van exploitatie van hun werk voor bijvoorbeeld een boekuitgave, een cd-rom of digitale uitgave. De auteur kan zijn werk dan niet zelf exploiteren, tot het moment dat de licentie eindigt.
13. Ik heb een lesbrief gemaakt en wil die aanvullen met enkele foto’s van mijn leerlingen. De foto’s maak ik zelf. De lesbrief wordt op alle vestigingen van onze school gebruikt, en misschien zelfs door andere scholen. Mijn leerlingen willen graag meewerken. Mag ik de foto’s in mijn lesbrief plaatsen?
Ja dat mag, mits u de geportretteerde kinderen (of bij minderjarige kinderen hun ouders/verzorgers) en eventuele volwassenen om toestemming heeft gevraagd voor het maken van de portretten en het beoogde gebruik daarvan.
Meer informatie:
De docent maakt een foto en heeft in beginsel auteursrecht op de portretfoto. Dat auteursrecht vindt onder meer zijn begrenzing in het portretrecht van de geportretteerde leerlingen. Het gaat hier om een niet in opdracht gemaakt portret, in welk geval de geportretteerde kan opkomen tegen openbaarmaking daarvan voor zover de geportretteerde daartoe een redelijk belang heeft. Het is daarom van belang dat de leerlingen ervan op de hoogte zijn dat u hun portret maakt en gaat gebruiken in uw lesbrief en mogelijk ook in lesbrieven van andere scholen. De leerlingen moeten dus bekend zijn met de beoogde verspreiding van de lesbrief. In geval de leerlingen nog minderjarig zijn is de toestemming vereist van hun ouders of verzorgers.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen portretten die in opdracht van de geportretteerde gemaakt worden en portretten waarbij het initiatief tot het portretteren is uitgegaan van de maker van het portret. Wanneer een portret niet in opdracht is gemaakt moet de maker rekening houden met de redelijke belangen van de geportretteerde. Dit kunnen financiële belangen zijn maar ook bijvoorbeeld privacybelangen. Geportretteerden met financiële belangen zijn meestal populaire personen die zgn. verzilverbare populariteit genieten, dat wil zeggen het gebruik van hun portret te gelde kunnen maken.
14. Ik heb een lesbrief gemaakt en wil hier een foto bij van een opvallend gebouw. Mijn collega kan en wil die foto maken en gratis ter beschikking stellen. Kan ik de foto zonder problemen plaatsen?
Ja, dat kan. Op grond van artikel 18 Aw kan een foto van een gebouw in tweedimensionale vorm worden verveelvoudigd, zoals het gebouw zich in zijn omgeving bevindt. Toestemming van de architect is niet vereist.
Vraag uw collega in elk geval om zijn toestemming voor het gebruik van de foto’s schriftelijk te verlenen en vraag uw collega of deze naamsvermelding wenst.
U mag niet meer dan enkele afbeeldingen van dezelfde maker (architect) gebruiken. Het toegestane gebruik wordt bepaald door de ‘incidentele verwerking’ ervan (art. 18-18a Aw).
15. Samen met enkele collega’s hebben wij enkele lesmodules gemaakt in opdracht van onze school. Een van deze modules is gedeeltelijk overgenomen uit een bestaande lesmethode. De auteur/uitgever van het bestaande lesboek heeft zich nu gemeld en wil ons aansprakelijk stellen. Kan hij dat?
Ja. Indien sprake is van ontlening aan een bestaand lesboek, dan kan de auteursrechthebbende daarvan onder meer een verbods- en schadevergoedings¬vordering instellen. Diverse overige vorderingen zijn ook denkbaar, zoals vernietiging van exemplaren e.d. De school is de instantie die het werk publiceert en kan daarom aansprakelijk worden gehouden. Het is onder meer afhankelijk van uw contractuele afspraken met de school (uw werkgever) of de school deze aansprakelijkheid zal kunnen verleggen.
Meer informatie:
Indien sprake is van ontlening aan een bestaand lesboek, dan kan de auteursrechthebbende daarvan onder meer een verbods- en schadevergoedings¬vordering instellen. Diverse overige vorderingen zijn ook denkbaar, zoals vernietiging van exemplaren e.d. De school is de instantie die het werk publiceert en kan daarom aansprakelijk worden gehouden. Het is onder meer afhankelijk van uw contractuele afspraken met de school (uw werkgever) of de school deze aansprakelijkheid zal kunnen verleggen. In elk geval doet u er verstandig aan nieuwe materialen te vervaardigen en het gebruik van de oude materialen te staken.
16. Ten behoeve van een lesbrief die ik uitsluitend verspreid onder al mijn leerlingen wil ik een klein deel uit een beroemd stripverhaal gebruiken. Mag dat zonder meer?
Dat mag, indien het inderdaad gaat om een kort gedeelte en er een billijke vergoeding wordt betaald. Verder dient de bron en naam van de maker volledig te worden vermeld en dient het gebruik van het stripverhaal te dienen ter toelichting op het onderwijs, dus niet uitsluitend als verfraaiing van het onderwijsmateriaal.
Overneming als ´citaat´ vereist een inhoudelijk verband met de context, zodat het citaatrecht (artikel 15a Aw, zie ondermeer vraag 6) ook geen uitkomst biedt wanneer de striptekeningen zijn te beschouwen als illustratie of verfraaiing van de lesbrief.
Meer informatie:
In de Auteurswet 1912 (Aw) is een speciale regeling opgenomen voor het overnemen van gedeelten van werken in publicaties die zijn gemaakt om te worden gebruikt als toelichting bij het onderwijs: de zogenaamde ‘onderwijsexceptie’ (art. 16 Aw). Deze onderwijs-exceptie houdt in dat het overnemen van tekstgedeelten (in bijvoorbeeld een reader) is toegestaan, mits:
17. Onlangs heb ik een lezing bezocht. Omdat de lezing inhoudelijk goed past bij ons onderwijsplan heb ik deze lezing opgenomen. Nu wil ik de opname van deze lezing letterlijk omzetten in een podcast en via een ELO ter beschikking stellen aan alle leerlingen op onze school. Mag dat?
Nee, dat mag niet. Op de eigenlijke lezing rusten auteursrechten van derden, waarschijnlijk die van de spreker zelf. Los van de vraag of het geoorloofd was om de opnamen te maken, is de publicatie van de lezing via podcasting niet geoorloofd zonder toestemming van de auteursrechthebbende.
Degene die een voordracht houdt wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, voor de maker (en dus de auteursrechthebbende) gehouden (art. 4 lid 2 Aw). Voor het vastleggen en voor het verspreiden moet afzonderlijk toestemming worden gevraagd van de auteursrechthebbende.
18. Mijn leerlingen hebben in opdracht enkele videoclips gemaakt bij hun favoriete muziek. Wij willen deze videoclips via de ELO van onze school als voorbeeld beschikbaar stellen aan andere leerlingen. Mag dat?
Ja, dat is toegestaan indien de auteursrechthebbende(n) (i.c. de leerlingen) hiervoor toestemming geven. Indien de leerlingen materiaal van derden hebben opgenomen (afbeeldingen, muziek, e.d.) dient uiteraard toestemming te worden gevraagd aan de auteursrechthebbende(n) op dat materiaal.
Meer informatie:
Op de door de leerlingen gemaakte videoclips rust auteursrecht van de leerlingen. Als makers moeten zij toestemming geven voor openbaarmaking en verveelvoudiging (Aw art. 1 en art. 4). Wanneer de videoclips onder leiding en toezicht van de docent zijn gemaakt geldt deze als de maker, en dus als de auteursrechthebbende (Aw art. 6). Dat vereist echter ondermeer dat de docent het onderwerp en de inhoudelijke gedachte alsook de daaraan te geven vorm heeft voorgeschreven. Dat zal niet het geval zijn geweest.
19. Samen met mijn collega’s hebben wij een reeks goede lesmodules gemaakt in opdracht van onze school. Nu vragen wij ons af wie de rechthebbende is van dit materiaal.
De auteursrechthebbende op de lesmodules kan de naburige school door middel van een licentie toestemming verlenen de lesmodules te gebruiken. Het is mogelijk daarbij op te nemen dat de licentie slechts het recht verleent op het gebruik van de lesmodules en dat dat niet inhoudt dat de lesmodules ook mogen worden bewerkt. In dit geval zijn de lesmodules in eigen beheer gemaakt, zodat waarschijnlijk u en uw collega´s de auteursrechten op de lesmodules bezitten en art. 7 Aw niet van toepassing is (zie vraag 19). Het gaat hier om artikel 7 van de Auteurswet.
20. Samen met mijn collega’s hebben wij in eigen beheer een reeks goede lesmodules gemaakt. Een naburige school vraagt of zij deze lesmodules mag gebruiken en bewerken. Wij willen het gebruik vrijgeven, maar de bewerking liever niet. Hoe kunnen we dit regelen?
Een geschikt model voor het verlenen van licenties is mogelijk ook het systeem van de zgn. creative commons. Daarmee deelt u wat u wilt delen en behoudt u wat u wilt behouden. Zo kunt u het gebruik van uw lesmodules vrijgeven, maar zelf bepalen onder welke voorwaarden. U kunt bepalen dat van het werk geen bewerkingen mogen worden vervaardigd en u kunt de voorwaarde stellen dat uw werk niet gebruikt mag worden voor een commercieel doel. Creative commonslicenties worden vooral gebruikt voor teksten die via internet vrij toegankelijk zijn. Belangrijk is dat creative commonslicenties onherroepelijk zijn. Intrekken kan dus niet.
zie http://creativecommons.nl/
.