Tafels oefenen

Oefen de tafels van 1 tot en met 12 met de gratis tafeltrainer. Kies zelf welke tafels, oefen op volgorde of door elkaar, en herhaal na afloop alleen de sommen die fout gingen. Liever op papier? Print met één klik een tafelwerkblad met 40 sommen.

Zo oefen je de tafels het slimst

De tafels leer je niet in één keer. Deze volgorde werkt voor de meeste kinderen:

  1. Begin met de tafels van 1, 2, 5 en 10. Die hebben een duidelijk patroon.
  2. Daarna de tafels van 3 en 4. De tafel van 4 is het dubbele van de tafel van 2.
  3. Dan de tafels van 6 tot en met 9. Hier helpt het om te weten wat je al kent: 7 × 6 is hetzelfde als 6 × 7.
  4. Oefen tot slot alles door elkaar, ook als deelsom.

In welke groep leer je de tafels?

De meeste kinderen beginnen in groep 4 met de tafels. In groep 5 wordt verwacht dat alle tafels tot en met 10 vlot gaan, ook door elkaar en als deelsom. Kennen is daarbij niet genoeg: het antwoord moet binnen een paar seconden komen, zonder tussenstappen. Dat heet automatiseren.

Tips voor thuis

  • Oefen kort maar vaak: vijf minuten per dag werkt beter dan een half uur per week.
  • Laat je kind na elke ronde alleen de foute sommen opnieuw doen. Daar zit de winst.
  • Zeg de tafels hardop, bijvoorbeeld in de auto of op de fiets.
  • Gebruik ezelsbruggetjes voor lastige sommen. Rijm werkt goed.

Veelgestelde vragen

Welke tafel is het moeilijkst?

Voor veel kinderen de tafels van 7 en 8, omdat die geen makkelijk patroon hebben. Oefen ze apart en extra vaak, en laat je kind sommen gebruiken die het al kent: 7 × 8 is twee keer 7 × 4, dus 28 + 28 = 56.

Moeten ook de tafels van 11 en 12 gekend worden?

Op de basisschool meestal niet. De meeste methodes stoppen bij de tafel van 10. De tafels van 11 en 12 staan in de trainer als extra uitdaging.

Meer oefenen