Leer klokkijken met de gratis oefenklok. Kies het niveau, van hele uren tot per vijf minuten, en oefen met meerkeuze of door de tijd digitaal in te typen. Voor op papier print je een werkblad met twaalf klokken, inclusief antwoorden.
Klokkijken in stappen
Klokkijken leer je in een vaste volgorde. De oefenklok sluit daarop aan:
- Hele uren: de grote wijzer staat op de 12. Meestal in groep 3.
- Halve uren: de grote wijzer staat op de 6. Let op: het is half van het volgende uur. Staat de kleine wijzer tussen de 3 en de 4, dan is het half 4.
- Kwartieren: kwart over en kwart voor. Meestal in groep 4.
- Per vijf minuten: 10 over 3 en 5 voor half 4. Dat komt in groep 4 en 5.
- Digitaal en de 24-uursklok: 15:30 is half 4 ’s middags. Dit komt vooral in groep 5 en 6.
Waarom is klokkijken zo lastig?
In het Nederlands zeggen we half 4 als het 3:30 is. Dat klinkt voor kinderen tegenstrijdig. Ook 5 voor half 4 voor 3:25 is een lastige denkstap. Oefen daarom bij elke tijd hardop: de grote wijzer staat op de 5, dus het is 5 voor half.
Veelgestelde vragen
Vanaf welke leeftijd kan een kind klokkijken?
De meeste kinderen leren de hele en halve uren rond hun zesde, in groep 3. Klokkijken tot op de minuut volgt meestal pas in groep 5. Tussen kinderen zitten grote verschillen, en dat is normaal.
Analoog of digitaal eerst?
Begin met de klok met wijzers. Daarop zie je hoe de tijd verloopt. Digitale tijden zijn makkelijker te lezen, maar zonder die basis begrijpt een kind niet waarom 3:45 kwart voor 4 is.
Meer oefenen
- Werkbladen groep 3
- Werkbladen groep 4
- Tafels oefenen — oefen de tafels met de tafeltrainer