Oefen deelsommen online of print een werkblad met antwoordblad. Van de deeltafels tot delen met rest, delen door 10 en 100, grote deelsommen en staartdelingen. Elke keer nieuwe sommen.
Deelsommen werkblad maken
Kies het soort sommen. Oefen direct online en kijk het na, of print het werkblad met antwoordblad.
Typ alleen het getal. Een kommagetal typ je met een komma: 2,5. Bij delen met rest typ je bijvoorbeeld 7 rest 3.
Zo werkt het
- Kies het soort sommen, of kies een mix.
- Vul de antwoorden in en klik op Nakijken. Goede antwoorden worden groen, foute rood.
- Liever op papier? Klik op Print / opslaan als PDF. Het antwoordblad komt op een aparte pagina.
Soorten deelsommen
- Deeltafels: de omgekeerde tafels. Weet je dat 6 × 7 = 42, dan weet je ook dat 42 : 7 = 6.
- Delen met rest: soms past het niet precies. 23 : 4 = 5 rest 3, want 5 × 4 = 20 en er blijft 3 over.
- Delen door 10, 100 en 1000: er gaan nullen af. 4500 : 100 = 45.
- Grote deelsommen: splits het getal in handige stukken. 156 : 3 = 120 : 3 + 36 : 3 = 40 + 12 = 52.
- Staartdelingen: voor grote getallen, zoals 6364 : 37. Je deelt stap voor stap en schrijft het onder elkaar.
Deelsommen per groep
In groep 4 leren kinderen de eerste deeltafels, meestal samen met de keersommen. In groep 5 komen alle deeltafels en delen met rest. In groep 6 volgen grotere deelsommen en de eerste staartdelingen, en in groep 7 en 8 staartdelingen met grotere getallen en in verhaaltjessommen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen delen en verdelen?
Bij verdelen deel je iets eerlijk uit: 12 koekjes voor 3 kinderen, ieder krijgt er 4. Bij delen vraag je hoe vaak iets past: hoe vaak past 3 in 12? Het antwoord is in beide gevallen 4, en de som is 12 : 3.
Hoe typ ik een antwoord met rest?
Typ het antwoord, dan het woord rest en dan wat er overblijft, bijvoorbeeld: 5 rest 3.
Meer oefenen
- Keersommen oefenen: wie de keersommen kent, kan ook delen
- Tafels oefenen en het tafeldiploma
- Cijferen oefenen: optellen, aftrekken en vermenigvuldigen onder elkaar
