Een interactieve analoge klok: sleep de wijzers rond en zie meteen hoe laat het is, digitaal en in woorden. Laat je een opdracht geven, en zet de klok zelf op de juiste tijd. Handig om thuis of in de klas te leren klokkijken.
Wat is een analoge klok?
Een analoge klok is een klok met wijzers. De tijd lees je af aan de stand van de wijzers, in plaats van aan cijfers zoals bij een digitale klok. Een analoge klok heeft twee (soms drie) wijzers:
- De kleine wijzer wijst de uren aan. Hij doet er twaalf uur over om de hele klok rond te gaan.
- De grote wijzer wijst de minuten aan. Hij gaat elk uur één keer rond. Elk cijfer op de klok staat voor 5 minuten.
- De secondewijzer, als die er is, gaat elke minuut rond.
Zo lees je een analoge klok
- Kijk eerst naar de kleine wijzer: bij welk uur staat hij, of welk uur is hij net voorbij?
- Kijk dan naar de grote wijzer. Staat hij op de 12, dan is het een heel uur. Op de 6 is het half. Op de 3 kwart over, op de 9 kwart voor.
- Staat de grote wijzer ergens anders, tel dan in stapjes van 5: op de 2 is het 10 over, op de 4 is het 10 voor half.
Let op bij half: in het Nederlands zeggen we half 4 als het 3:30 is. Het is dan half op weg naar 4 uur. Voor kinderen is dat vaak verwarrend. Laat daarom zien dat de kleine wijzer bij half 4 al tussen de 3 en de 4 staat.
Is het analoog lezen eenmaal duidelijk, oefen dan verder met de oefenklok met opdrachten en werkbladen.
Veelgestelde vragen
Wanneer leren kinderen klokkijken?
De hele en halve uren komen meestal in groep 3, kwartieren in groep 4 en tijden per 5 minuten in groep 4 en 5. De 24-uursklok volgt vaak in groep 5 of 6.
Is een analoge klok nog nodig nu alles digitaal is?
Ja. Op school, in stations en in veel huizen hangen nog klokken met wijzers. Bovendien laat een analoge klok goed zien hoeveel tijd er nog over is, en dat helpt bij plannen.
Meer oefenen
- Klokkijken oefenen
- De tafel van 5 – handig voor de minuten op de klok