Breuken oefenen: werkbladen en online sommen voor groep 5 tot en met 8

Oefen breuken online of print een werkblad met antwoordblad. Van herkennen welk deel gekleurd is tot breuken optellen met ongelijke noemers, vereenvoudigen, gemengde getallen en breuk keer breuk. Kies de groep, en je krijgt sommen die passen bij groep 5, 6, 7 of 8. Elke keer nieuwe sommen.

Breuken werkblad maken

Kies de groep en het soort sommen. Oefen direct online en kijk het na, of print het werkblad met antwoordblad.

Zo werkt het

  1. Kies de groep en het soort sommen, of kies een mix.
  2. Vul de antwoorden in en klik op Nakijken. Goede antwoorden worden groen, foute rood.
  3. Liever op papier? Klik op Print / opslaan als PDF. Het antwoordblad komt op een aparte pagina.

Breuken per groep

Elke rekenmethode heeft een eigen volgorde, maar meestal ziet de opbouw er zo uit:

  • Groep 5: kennismaken met breuken. Welk deel van een strook of cirkel is gekleurd, wat is de helft of een kwart, en eenvoudige sommen als ¼ van 20.
  • Groep 6: gelijkwaardige breuken (½ = ²⁄₄), vereenvoudigen, breuken vergelijken en optellen en aftrekken met dezelfde noemer.
  • Groep 7: optellen en aftrekken met verschillende noemers, helen eruit halen (⁷⁄₄ = 1 ¾) en breuken omzetten naar kommagetallen en procenten.
  • Groep 8: vermenigvuldigen met breuken en delen door een breuk, en alles door elkaar, zoals in de doorstroomtoets.

Uitleg: zo reken je met breuken

Teller en noemer

Bij ¾ is de 4 de noemer: in hoeveel gelijke stukken het geheel is verdeeld. De 3 is de teller: hoeveel van die stukken je hebt. Een pizza in 4 stukken waarvan je er 3 opeet, is ¾ van de pizza.

Vereenvoudigen

Deel de teller en de noemer door hetzelfde getal. Bij ⁶⁄₈ kun je allebei door 2 delen: ⁶⁄₈ = ¾. Kan het niet verder, dan is de breuk zo eenvoudig mogelijk.

Optellen met verschillende noemers

Maak eerst de noemers gelijk (gelijknamig maken). Bij ½ + ⅓ is 6 de kleinste noemer waar beide in passen: ½ = ³⁄₆ en ⅓ = ²⁄₆. Daarna tel je de tellers op: ³⁄₆ + ²⁄₆ = ⁵⁄₆. De noemer blijft hetzelfde.

Deel van een getal

Deel eerst door de noemer en doe dan keer de teller. ¾ van 24: 24 : 4 = 6, en 6 × 3 = 18.

Helen eruit halen

Is de teller groter dan de noemer, dan zit er minstens één heel in. Bij ¹¹⁄₄ passen 2 keer 4 in 11, met 3 over: ¹¹⁄₄ = 2 ¾.

Tips voor thuis

  • Maak het zichtbaar: snijd een pizza, taart of reep chocola en laat je kind zeggen welk deel het krijgt.
  • Vouw stroken: vouw een strook papier in 2, 4 en 8. Zo zie je meteen dat ½ evenveel is als ²⁄₄ en ⁴⁄₈.
  • Kort en vaak: tien minuten per dag werkt beter dan één keer per week een uur.

Veelgestelde vragen

In welke groep leren kinderen breuken?

De eerste kennismaking is meestal in groep 5. In groep 6 en 7 wordt het rekenen met breuken uitgebreid, en in groep 8 komt alles samen. De precieze volgorde hangt af van de rekenmethode van de school.

Hoe typ ik een breuk in het antwoordvak?

Typ een schuine streep: 3/4. Een gemengd getal typ je met een spatie: 1 3/4. Een kommagetal typ je met een komma: 0,75.

Telt een antwoord dat niet vereenvoudigd is ook als goed?

Ja, bij de meeste sommen telt ook een gelijkwaardig antwoord, zoals ²⁄₄ in plaats van ½. Alleen bij vereenvoudigen en helen eruit halen moet het antwoord zo eenvoudig mogelijk zijn, want dat is precies wat je daar oefent.

Meer oefenen

5,0 uit 5, 5 beoordelingen Leerkrachten geven Leermiddelenplein gemiddeld 5,0 uit 5 sterren, op basis van 5 beoordelingen.

Wat vind jij van Leermiddelenplein?

Klik op een ster

Jan Willem Beumer

Gemaakt door Jan Willem BeumerOprichter van Leermiddelenplein.nl en vader van een dochter op de basisschool.