Oefen cijferen online of print een werkblad met antwoordblad. De sommen staan onder elkaar, zoals in het schrift: cijferend optellen, aftrekken met lenen en vermenigvuldigen. Elke keer nieuwe sommen.
Cijferen werkblad maken
Kies het soort sommen. Oefen direct online en kijk het na, of print het werkblad met antwoordblad.
Typ alleen het getal. Een kommagetal typ je met een komma: 2,5. Bij delen met rest typ je bijvoorbeeld 7 rest 3.
Zo werkt het
- Kies het soort sommen, of kies een mix.
- Vul de antwoorden in en klik op Nakijken. Goede antwoorden worden groen, foute rood.
- Liever op papier? Klik op Print / opslaan als PDF. Het antwoordblad komt op een aparte pagina.
Zo werkt cijferen
Bij cijferen zet je de getallen precies onder elkaar: eenheden onder eenheden, tientallen onder tientallen. Je begint altijd rechts, bij de eenheden.
- Optellen: tel per kolom op. Kom je boven de 9, dan schrijf je de eenheid op en zet je het tiental als onthoudcijfertje boven de volgende kolom.
- Aftrekken: is het bovenste cijfer te klein, dan leen je 1 van de kolom links ervan. Die is dan 1 minder waard, en jouw cijfer wordt 10 meer.
- Vermenigvuldigen: vermenigvuldig het onderste cijfer met elk cijfer van het bovenste getal, van rechts naar links. Bij 2 cijfers onder maak je twee rijen en tel je die op.
Cijferen per groep
Cijferend optellen en aftrekken komt meestal in groep 5 en 6. Cijferend vermenigvuldigen begint in groep 6, en in groep 7 volgen grotere getallen en kommagetallen. Sommige rekenmethodes beginnen eerst met kolomsgewijs rekenen en pas later met cijferen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen cijferen en kolomsgewijs rekenen?
Bij kolomsgewijs rekenen begin je links en schrijf je per kolom de hele waarde op, zoals 4000 + 300 + 10 + 2. Bij cijferen begin je rechts en reken je met losse cijfers en onthoudcijfertjes. Cijferen is korter, kolomsgewijs rekenen laat beter zien wat de cijfers waard zijn.
Meer oefenen
- Deelsommen oefenen, met staartdelingen
- Keersommen oefenen
- Werkbladen groep 6
