Oefen omrekenen met het metriek stelsel online of print een werkblad met antwoordblad. Lengte, gewicht, inhoud, oppervlakte en m³. Elke keer nieuwe sommen.
Meten en omrekenen werkblad maken
Kies het soort sommen. Oefen direct online en kijk het na, of print het werkblad met antwoordblad.
Typ alleen het getal. Een kommagetal typ je met een komma: 2,5. Bij delen met rest typ je bijvoorbeeld 7 rest 3.
Zo werkt het
- Kies het soort sommen, of kies een mix.
- Vul de antwoorden in en klik op Nakijken. Goede antwoorden worden groen, foute rood.
- Liever op papier? Klik op Print / opslaan als PDF. Het antwoordblad komt op een aparte pagina.
Het trapje van het metriek stelsel
Bij lengte en inhoud ga je per stap keer 10 of gedeeld door 10. Ga je een trede naar beneden, naar een kleinere maat, dan doe je keer 10. Ga je omhoog, dan doe je gedeeld door 10.
- Lengte: km, hm, dam, m, dm, cm, mm. 1 km = 1000 m en 1 m = 100 cm.
- Inhoud: l, dl, cl, ml. 1 liter = 1000 ml.
- Gewicht: 1 ton = 1000 kg, 1 kg = 1000 g en 1 g = 1000 mg.
- Oppervlakte: per stap keer 100. 1 m² = 100 dm² = 10.000 cm².
- Inhoud in kubieke maten: per stap keer 1000. 1 dm³ = 1000 cm³ = 1 liter, en 1 m³ = 1000 liter.
Meten per groep
In groep 5 en 6 leren kinderen meter, centimeter, kilogram en liter en eenvoudig omrekenen. In groep 7 volgt het hele trapje, en in groep 8 komen oppervlakte en inhoud met m² en m³ erbij.
Veelgestelde vragen
Hoe onthoud ik het trapje?
Een bekend ezelsbruggetje is Koning Hendrik Drinkt Elke Dag Chocolademelk: kilo, hecto, deca, eenheid (meter, liter of gram), deci, centi, milli. Of schrijf het trapje bovenaan je blaadje en tel de stappen.
Meer oefenen
- Kommagetallen oefenen: handig bij omrekenen
- Doorstroomtoets oefenen
- Werkbladen groep 7
