Woorden met -lijk

Oefen woorden met -lijk met korte zinnen: kies wat er op de lege plek hoort en zie meteen of het goed is. Bij een fout zie je de regel nog een keer. Liever op papier? Print een werkblad met antwoordblad.

De regel

Veel woorden eindigen op -lijk. Je spreekt het meestal uit als ‘luk’, maar je schrijft het altijd met ij: gevaarlijk, vrolijk, eerlijk. Ook in langere vormen blijft het ij: vrolijke, eerlijker.

Voorbeeldwoorden

gevaarlijk, vrolijk, eerlijk, moeilijk, lelijk, duidelijk, makkelijk, vriendelijk, heerlijke, waarschijnlijk, plotselijk, gelukkig, vreeselijke, gewoonlijk.

Tip: Hoor je aan het eind ‘luk’ of ‘lek’? Dan schrijf je bijna altijd -lijk. Een uitzondering is geluk, met gelukkig: daar hoor je de u echt.

In welke groep oefen je dit?

Deze spellingcategorie komt meestal aan bod in groep 5 en 6. Daarna komt hij steeds terug in dictees en in het schrijven van teksten, dus blijf hem af en toe herhalen.

Veelgestelde vragen

Waarom schrijf je -lijk terwijl je 'luk' zegt?

De uitspraak is in de loop van de tijd afgezwakt, maar de spelling is gebleven. Het achtervoegsel is altijd -lijk; dat moet je gewoon onthouden.

Meer spelling oefenen