Begrijpend lezen groep 6

Gratis teksten om begrijpend lezen te oefenen in groep 6. Lees de tekst, beantwoord de vragen en kijk meteen na, met uitleg bij elk antwoord. Elke tekst is ook te printen als werkblad met antwoordblad.

Begrijpend lezen in groep 6

In groep 6 wordt begrijpend lezen breder. Kinderen leren hoe een tekst in elkaar zit, met signaalwoorden en alinea’s, en ze komen allerlei tekstsoorten tegen: van nieuwsbericht tot recept.

  • Signaalwoorden, zoals daardoor, want en maar.
  • Het verschil tussen een feit en een mening.
  • Tekstsoorten herkennen: nieuwsbericht, recept, verhaal, informatieve tekst.
  • Woordbetekenis uit de context.

Tip: Laat je kind signaalwoorden in een tekst onderstrepen. Wie ziet dat daardoor een gevolg aankondigt, begrijpt de tekst sneller.

Welke leesstrategieën oefen je?

Bij elke vraag staat een label met de strategie die je nodig hebt. Zo leert je kind niet alleen het antwoord, maar ook de manier van denken.

  • Letterlijk: het antwoord staat gewoon in de tekst. Zoek de zin waar het staat.
  • Afleiden: het antwoord staat er niet letterlijk, maar je kunt het beredeneren uit wat er wel staat.
  • Woordbetekenis: wat betekent een woord? Kijk naar de zinnen eromheen.
  • Verwijswoord: naar wie of wat verwijst een woord als hij, die of daar?
  • Signaalwoord: woorden als want, daardoor, maar en kortom laten zien hoe zinnen met elkaar samenhangen.
  • Hoofdgedachte: waar gaat de tekst vooral over?
  • Bedoeling van de schrijver: wil de schrijver informeren, overtuigen, uitleggen of vermaken?
  • Feit of mening: kun je het controleren, of vindt de schrijver het?

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een feit en een mening?

Een feit kun je controleren: in een bijenkast wonen tot 50.000 bijen. Een mening is wat iemand vindt: een bijenhotel is het leukste in je tuin. Woorden als leuk, mooi en beste wijzen vaak op een mening.

Begrijpend lezen in andere groepen

Alles over begrijpend lezen · Rekenwerkbladen groep 6 · Dictee groep 6