Oefen f of v met korte zinnen: kies wat er op de lege plek hoort en zie meteen of het goed is. Bij een fout zie je de regel nog een keer. Liever op papier? Print een werkblad met antwoordblad.
De regel
Aan het begin van een woord hoor je soms een f en soms een v, en dat moet je onthouden: fiets, feest, vader, vogel. Aan het eind van een woord schrijf je nooit een v, maar altijd een f: brief, lief, wolf. In het meervoud wordt die f vaak weer een v: brieven, wolven.
Voorbeeldwoorden
fiets, feest, film, fruit, favoriete, vader, vogel, vis, vork, voet, brief, lief, brieven, wolf, wolven, duif.
Tip: Twijfel je aan het eind van een woord? Schrijf een f. Maak je het woord langer, luister dan of je een v hoort: brief, brieven. Dan schrijf je in het lange woord een v.
In welke groep oefen je dit?
Deze spellingcategorie komt meestal aan bod in groep 4 en 5. Daarna komt hij steeds terug in dictees en in het schrijven van teksten, dus blijf hem af en toe herhalen.
Veelgestelde vragen
Mag een woord eindigen op een v?
Nee. In het Nederlands eindigt een woord nooit op een v. Je schrijft brief, ook al wordt het meervoud brieven.