Ng of nk oefenen

Oefen ng of nk met korte zinnen: kies wat er op de lege plek hoort en zie meteen of het goed is. Bij een fout zie je de regel nog een keer. Liever op papier? Print een werkblad met antwoordblad.

De regel

Ng en nk lijken op elkaar, maar je hoort het verschil: bij nk hoor je aan het eind een k (bank, denk), bij ng niet (bang, ring). Twijfel je? Spreek het woord langzaam uit en luister of je de k hoort.

Voorbeeldwoorden

bank, bang, koning, zingen, drink, denk, slang, ring, tong, pink, dank, lang, springen, klinkt, jongens, stinkt.

Tip: Overdrijf de k bij het uitspreken: bank-k. Hoor je hem echt, dan schrijf je nk. Ng klinkt zachter en loopt door in je neus.

In welke groep oefen je dit?

Deze spellingcategorie komt meestal aan bod in groep 3 en 4. Daarna komt hij steeds terug in dictees en in het schrijven van teksten, dus blijf hem af en toe herhalen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen ng en nk?

Bij nk spreek je een k uit, zoals in drinken en bank. Bij ng hoor je geen k, zoals in zingen en bang. Soms veranderen woorden er zelfs van betekenis door: bang en bank.

Meer spelling oefenen